Blote mannen, vieze plaatjes en sigarettenleed

Vandaag stop ik, na dertig jaar, met roken. Niet omdat ik dat zelf zo’n weergaloos idee vind maar omdat de omstandigheden, en vooral een misverstand, mij geen keus meer laten. Als het aan mij lag, rookte ik gezellig door waaraan ik wil toevoegen dat wanneer je al zo lang op roken zit als ik, je het ook heel erg goed kan.
Mijn rookgedrag raakte op een hellend vlak toen de pakjes met mijn geliefde sigaretten erin voorzien werden van ‘vieze plaatjes’. Ik houd niet van vieze plaatjes. En ik houd wel zo principieel niet van vieze plaatjes dat ik mijn Kameeltjes moest inruilen tegen welk onbekend, onsmakelijk merk dan ook om aan het vieze plaatje te ontkomen.
Ik kocht enkel nog ‘de blote man’.
Die blote man was immers niet vies; hij lag in bed met de lakens om hem heen en hij dacht na. Over impotentie, want dat staat op het pakje: roken kan impotentie veroorzaken. Uit het plaatje viel niet af te leiden of hij nu net had geconstateerd impotent te zijn, of juist niet terwijl dit toch op het pakje vermeld stond. Maar ik kon mijzelf ook voorhouden dat hij daar helemaal niet aan dacht en het gewoon warm had, en daarom de lakens van zich af heeft gegooid. Bij de supermarkt, waar ik altijd mijn rookwaren kocht, vonden ze mij maar een vreemde verschijning.
‘Mag ik, van de derde rij van boven, die tweede blote man? Dat is toch geen menthol, hè. O getver, heb je nog een andere blote man? Doe maar twee blote mannen, dan’.
Bij de teamleider van de supermarkt, kocht ik geen sigaretten meer. Vanwege zijn gemene lach die hij probeerde te onderdrukken wanneer ik weer paniekerig op zoek was naar een bloot merk. Ik had hem hiermee al eens geconfronteerd.
“Leedvermaak,” zei ik tegen hem, “ik zag het wel”.
“Ja sorry,” bekende hij, “maar ik moet er de hele tijd aan denken wat er gebeurt wanneer er alleen nog vieze plaatjes zijn”.
Dan stop ik ermee, dacht ik. En zo sloop er een kink in mijn dertig-jarige rookkabel die ooit startte op een studentenkamer na een conflict met mijn moeder. Het was een dermate conflict dat ik bedacht dat het wel eens zo zou kunnen zijn dat ik mijn moeder nooit meer terug zou zien. Dat kan je zo denken, op je 18e. Ik wist niet wat ik moest doen. En hierop herinnerde ik mij dat mijn moeder was gaan roken toen zij haar moeder verloor. Dus dat ging ik ook doen. Ik kocht mijn eerste pakje sigaretten en hield mijn moeder vast zoals zij de hare. Natuurlijk zag ik mijn moeder wel weer terug en was ik haar niet voor altijd verloren. De conflicten zag ik ook terug maar daar rookten wij ons vanaf toen, samen dapper doorheen. Ik leerde hiervan dat ik mij altijd overal doorheen kon roken. Een goede reden om juist door te gaan, en er vooral niet mee te stoppen.
Het stoppen heeft dan ook niets te maken met conflicten, moeders, vieze plaatjes of de gemene teamleider van de supermarkt, zelfs niet toen de nadenkende blote man verdween, als plaatje. Er verscheen namelijk een andere man, met alleen een bloot hoofd en blote schouders, die naar beneden kijkt. Het lijkt er daardoor op dat hij net wakker is, de krant uit de bus heeft gehaald en bloot de koppen staat te lezen, bij de keukentafel.
“Waar kijkt die man naar?”, vroeg ik aan de gemene teamleider.
“Zijn piemel,” antwoordde hij. En inderdaad, die zal het ongetwijfeld niet meer doen. Maar dat zie je niet. Dus ik kon mijzelf nog steeds wijsmaken dat het het wereldnieuws is, wat hem schokt.
“Doe maar twee pakjes met die man met die piemel,” zei ik.
Maar net toen ik tevreden mijn sigaretje opstak, kwam mijn buurjongen langs, met zijn zusje.
“Pas op, kijk uit,” riep ik, “niet in mijn buurt komen want ik zit te roken. En roken is vies”.
Hij keek me aan en zei:
“Je moet stoppen met roken. Want als je rookt, ga je eerder dood. En dat willen we niet”.
En voor het eerst in dertig jaar had ik zin om mijn sigaret op te eten. En niet op te roken.
“Eh…dat klopt,” stamelde ik.
Een paar dagen later kwam hij weer langs.
“Hm,”, stelde hij behoorlijk teleurgesteld vast.
“Je rookt nog steeds. En je zou stoppen, heb je gezegd”.
Dat had ik niet gezegd, vond ik. Maar zo had hij het wel opgevat. Hij had het ook al besproken met andere kinderen, vertelde hij, waarop niet alleen hij maar ook de andere kinderen mij zouden helpen om te stoppen met roken.
“Je krijgt er ook zwarte darmen van, zwart,” voegde hij eraan toe.
Nu heb ik, net als iets principieels tegen alle vieze plaatjes, iets principieels met kinderen.
Je liegt nooit tegen kinderen en wat je beloofd, moet je doen.
Dat is mijn verplichting, als volwassene naar een kind.
Nu kon ik nog zeggen ‘lieve schat, jij hebt het verkeerd begrepen want ik heb niet gezegd dat…’.
Maar dat zei ik niet.
Ik zei:
“Als ik dat gezegd heb, moet ik dat doen. Goed. Ik stop met roken”.

 

 

Getagd , , , , , , , . Bladwijzer de permalink.

Één reactie op Blote mannen, vieze plaatjes en sigarettenleed

  1. Arend zeggen:

    Je kunt het, gewoon DOEN.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *