A gun met een gun-faktor

“Is dát het?”
De mannen, breedgeschouderd en bewapend, staren naar het object in mijn tuin.
“Dàt is het”.
Er valt een stilte waarin alle aanwezigen, inclusief de mannen van de waakzame dienstbaarheid, staren naar het object.
Een vuurkorfje. Met drie houtjes erin. Met acht vlammetjes erop. Geen rook, want het is speciaal gedroogd hout. Voor vuurkorfjesgebruik.
“Komen we hiervoor?”, vraagt de ene sterke arm aan de andere.
“Het spijt me zeer hoor,” zegt de andere sterke arm, “maar wat is Nederland toch een zeikland. Altijd wat te klagen. Dit is geen overlast, dit is de gun-faktor”.
“We hebben een melding gekregen, wegens overlast,” legt de ene sterke arm uit.
“Ze heeft al eerder gebeld,” meldt het gezelschap, “en toen hebben we, na gedegen buurtonderzoek, op last van de politie het korfje weer aangestoken”.
(Het is natuurlijk niet het gehele gezelschap wat dit zei, een gedeelte van het gezelschap zat chips te eten en knaagde de dialoog zogezegd als zodanig aan elkaar vast).
“Ik heb wel zin om even met de dame te gaan praten. Ik sta te popelen,” meldde de andere arm monter.
Ik popelde niet.
Er bestaan immers geen klachten. Er bestaan hoogstens klagers. Waarom klaagt iemand?
Een klacht kan heel terecht zijn, zoals ‘waarom doet m’n internet het niet?’. Maar deze klaagster klaagde niet over overlast, maar over last. En last is legitiem, het is persoonlijk.
Ze had niet last van het vuurkorfje, maar van de gezelligheid.
Dit konden de Special Forces echter niet oplossen. En ook ik had liever dat zij boeven gingen vangen, agressie bestrijden of zich bemoeiden met huiselijk geweld in plaats van bij mij in de tuin te staan en te staren naar wat, inmiddels, gloeiende kooltjes.
“Misschien moet ik haar eens uitnodigen,” opperde ik.
“Goed idee,” vond de agent die Nederland een zeikland vond, en het leek hem meteen leuk wanneer ik de hele buurt uitnodigde. Voor de gezelligheid.
“Mevrouw krijgt een aantekening,” zei hij, “want hiervoor komen wij niet meer”.
“We hebben wat beters te doen,” sprak de andere agent al was dat enigszins overbodig.

De heren vertrokken, en de chips ging nog een keer rond. Wij staarden in de kooltjes die met elkaar in verbinding blijven staan en om-en-om oplichten. Zoals het heelal en het leven is. In verbinding.
Er is altijd iemand die aan je denkt. Een lege band, is ook een band. Warmte blijft voortbestaan, en breidt zich zelfs uit. Springt over naar het volgende ‘kooltje’. En in de spirituele wereld maakt het niet eens meer uit of je dood bent of leeft. Wij staan altijd, allemaal, in verbinding met elkaar.

Wij horen de stem van het wetboek van strafrecht, van waakzaam en dienstbaar.
“Dit is geen overlast, mevrouw”.
Daarna trekt de sterke arm het raam dicht.

 

Getagd , , , , , , , . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *