De Zaak van de Piemelman

Naar aanleiding van mijn blog over manvriendelijk opruimen, kreeg ik vragen over de Zaak van de Piemelman die daarin genoemd wordt. Bestaat hij echt? Ja. Hij bestaat echt, zowel de piemel als de zaak.
Op een avond, terwijl ik op de bank lag te genieten van mijn nieuwe huis met tuin (en ligbad), zag ik een vreemde weerspiegeling in het raam. Het vreemde zat hem daarin dat ik één van mijn katten aaide -horizontaal- en de beweging zich spiegelde: verticaal. Ik keek nog eens goed. En ik zag inderdaad een hand maar niet de mijne- en een piemel. Een flink ding met een erg rode kop. Er stond een man in mijn tuin, voor mijn raam, die mij begluurde en zich ondertussen aftrok.

Ik belde terstond de politie. En daarna de vorige bewoonster- wist zij van de Piemelman? Kwam hij wel vaker?
“Jawel,” vertelde de vorige bewoonster, “zowel aan de voor- als aan de achterkant”.
De politie wist ervan, zei ze. De agenten die bij mij binnenkwamen wisten echter van niets en begonnen met sperma-onderzoek op mijn raam en mijn deur. Ook liepen ze met een zaklantaarn door mijn tuin en de buurt. Daarna kwamen ze aan tafel zitten en mocht ik mijn aangifte doen.
“Was de dader donker of blank”, vroeg de agent.
“Blank,” vertelde ik. Het was een blanke piemel die ik had gezien.
“Kunt u de dader beschrijven?”, vroeg de agent.
“Het was donker, ik zag alleen zijn piemel”, zei ik.
“Op welke hoogte bevond het geslachtsdeel van de blanke man zich?”, vroeg de agent. Agenten spreken niet over ‘piemels’.
Ik wees op het raam aan waar de piemel had gezeten.
“Zou u hem kunnen herkennen?”, vroeg de agent.
“Het was een flink ding met een hele rode kop”, zei ik.
De andere agent schreef het allemaal op. Ze zeiden dat ze de melding uit zouden typen en nog een rondje in de buurt zouden rijden.
“Hebben jullie zin in een toostje?”, vroeg ik.
Nee, dat sloegen ze beleefd af, ze waren aan het werk.
“Zullen we een potje kaarten,” vroeg ik.
“We begrijpen het wel,” zei de agent van ‘het geslachtsdeel’, “maar we doen het niet”. De politie vertrok. En ik was weer alleen in mijn nieuwe huis met tuin (en ligbad).

Wat is dit voor persoon die in mijn tuin, voor mijn raam ineens zijn broek laat zakken, vroeg ik mij af. Ik kwam daar die avond niet achter, wegens gebrek aan inlevingsvermogen vermoed ik. Ik heb nog nooit de behoefte gevoeld andermans tuin in te wandelen, voor het raam te gaan staan en ‘het geslachtsdeel’ te laten zien. Ook niet voor eventjes. Het was niet de gangbare potloodventer die vrouwen wil laten schrikken door ineens zijn aanhangsel te laten zien. Het ‘in het voorbijgaan’ ontbreekt er namelijk in en een potloodventer trekt zich niet ter plekke af. De fantasie van de piemelman is heel erg duidelijk- blijft dit zijn kick of kickt hij daar op een dag niet meer op?

Dat vroeg ik mij af. Maar was er reden om bang te zijn- eigenlijk niet. Het grootste gevaar schuilt immers niet in een piemelman in je tuin maar een piemelman in je huis.

Per jaar immers meldt 12% huiselijk geweld. Dat geeft een totaliteit van 500.000 gevallen, het geeft rond de 60 vermoorde vrouwen en 50 vermoorde kinderen. Qua verkrachtingen wordt ongeveer 10% gemeld wat een schatting geeft van meer dan 9000 vrouwen op jaarbasis. Waarvan in 85% de vrouw de dader kent en deze verkrachtingen vaak plaatsvinden in haar eigen huis. Het is veiliger om niet thuis te zijn- het aantal verkeersdoden ligt tussen de 640 en 660 per jaar.

Tot nu toe ben ik nog niet opgeroepen voor een line-up. De piemelman is (nog) niet gepakt.

 

Getagd , , , . Bladwijzer de permalink.

2 reacties op De Zaak van de Piemelman

  1. Weer een mooi verhaal over de piemelman en met name de statistische cijfers. Ik schrik hier wel een beetje van.

  2. Lieneke zeggen:

    respect voor deze blog..je doet het goed Nelleke….liefs vanuit Haarlem, groetjes, Lieneke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *