Gevoelstemperatijd

Vanmorgen zag ik dat er rond één uur ’s nachts een mail naar mij was verzonden met daarin de mededeling dat er een man bij mij op de stoep zou staan die middag, tussen half één en half drie. Met een cadeautje. Sinterklaas dus, want bij die gelegenheid betaal je ook altijd je cadeautjes zelf. Tussen negen en half elf keek ik 58 keer op de klok. Of het per ongeluk ongemerkt al ‘tussen half één en half drie’ was geworden. Dat was het niet. Deze dag was het lange tijd 10:10 of 10:11 en ook later op de dag bleef het veel langer 11:25 dan gisteren. Gisteren vloog 11:25 zó voorbij.
Ik stelde vast in ernstige mate last te hebben van de gevoelstemperatijd.
Vroeger had je nog geen gevoelstemperatijd.
Als kind kreeg ik, zoals alle kinderen van mijn ouders, een horloge toen ik zo’n jaar of zeven was. Ik had er niets mee, zo’n ding om mijn pols wat ik meer associeerde met een handboei dan iets om blij mee te zijn. ‘Tijd’ zei mij niets. Ik vond het een totaal onbelangrijk, nietszeggend fenomeen en vroeg me af wie de moeite had genomen het uit te vinden. Het enige wat handig was aan het hebben van een horloge was dat je, terwijl je doorging met verstoppertje spelen, toch nog ‘op tijd’ thuis kon zijn voor het avondeten. Je kon hem namelijk terugzetten en het bewijsmateriaal aan je ouders laten zien.
Het ‘op tijd zijn’ was in mijn ogen een fascinerende, aardse en misschien wel culturele aangelegenheid waarvan de zin niet echt wilde doordringen. Om 08:10 in een klaslokaal zitten, wie bedenkt dat? Met ons allen in de file staan omdat de kantoortijden heilig zijn verklaard, wat is dat voor onverklaarbaar fenomeen? Tegenstrijdig met welk bioritme dan ook, niemand wil het maar iedereen doet het. Want dan ben je ‘op tijd’.
Er zijn ook mensen met ‘geen tijd’, niet zonder maar geen. Managers bijvoorbeeld, zijn ‘druk’ en hebben dan ‘geen tijd’. Als manager is het ook zeer onhandig voor de carrière om nou juist alle tijd, en aandacht, te hebben voor de of het gemanagde.
Daarmee kom je niet ‘hogerop’.
Er zijn ook mensen die, zonder een officiële manager te zijn, ‘geen tijd’ hebben. Bij deze mensen moet je altijd even denken aan het spreekwoord ‘zoals het klokje thuis tikt…’met daarna het volslagen onzinnige ‘tikt het nergens’. Ook weer zo’n culturele aangelegenheid want het klokje tikt overal hetzelfde. Neem het klokje maar eens mee naar Texel en kijk wat er gebeurt. Tik, tik, zegt het klokje dan.
Bij deze mensen zegt het klokje ook op Texel ‘geen tijd’ terwijl zij net zoveel tijd hebben als jij. Zij verkiezen alleen een andere indeling qua ruimte. Het is een keuze om tijd te hebben, voor ruimte voor jezelf of de ander. Nu is ‘ruimte’ verbonden aan bewustzijn, dat kan je voelen, en tijd gerelateerd aan onze klok tik-tik-tik. ‘Wees op tijd’ is dezelfde maatschappelijke boodschap als die van de prestatie, het perfectionisme, tik-tik-tik, ‘hoe hoog leg jij de lat?’.
De tijdsgedachte brengt geen ruimte.
We hebben het te danken aan de weermannen die naast het feit ook het gevoel in kaart gingen brengen. Eerst was het gewoon 18 graden maar tegenwoordig kan de gevoelstemperatuur heel anders zijn. Vanwege andere variabelen.
Met tijd heb je dat ook. Je hebt ook de gevoelstemperatijd.
Sorry, Descartes, met alle respect, maar het filosofische ‘ik denk, dus ik ben’ klopt niet. Ik voel, dus ik ben. Ik kan 58 keer op de klok kijken en weten dat ik onzinnig bezig ben. Ik kan dat bedenken. Ik kan me zo leuk een zin uit het kinderscript van “De Gouden Bal” herinneren waarin staat: “Wachten duurt zo lang!”
De chauffeur belt om 13:10 dat hij er over een half uur is. Ik reken uit dat 13:10 plus 30 13:40 is. Ik sta klaar bij mijn voordeur om 13:40 want de bel doet het immers niet meer van bel, bel, bel. Sinterklaas moet nog van alles invoeren op zijn draagbare, compatibel apparatuur, maar daar heb ik alle ruimte voor.
De rest van de dag spendeer ik om mijn cadeautje te installeren. Mijn gevoelstemperatijd lijkt Max Verstappen wel, ik vlieg alle mijlpalen van de klok voorbij in ongekende vaart! Ik ben nog net voor sluitingstijd in de supermarkt.

Stel, stel dat wij een maatschappij zouden hebben die niet was ingericht op tijd, (prestatie, perfectionisme) maar op ruimte. Die geënt was op de piek van onze vermogens, die we allemaal hebben, en niet op de tik-tik-tik-tijdbomklok die niet eens weet waarom je op welke tijd jezelf zou moeten zijn?


Getagd , , , , , . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *