Storytelling: de Held en de Keuken

Wat een pret. Met goed gevolg heb ik de online-training Storytelling (in het kort) afgerond. Ik krijg daarvoor de felicitaties én een certificaat. Bij Storytelling, heb ik geleerd, gaat het erom dat er een held is, (Held), een obstakel, (schurk, tegenslag, iets te overwinnen) en een oplossing (transformatie, de Held overwint en staat herboren weer op).
En nu jij, Nelleke, daagde de trainer mij uit om de verse theorie in de praktijk te gaan brengen. Beschrijf je Held.

Ik moest meteen aan mijzelf denken.
Met kerst. Afgelopen kerst kreeg ik van mijn zus een corona-proof kerstmenu. Het voedsel werd thuisbezorgt en het enige wat ik nog moest doen was de menukaarten lezen en voilà, ik zou in een handomdraai vier gangen kerstdiner op tafel zetten.
Reuze makkelijk, vertelde mijn zus, het zou zelfs mij lukken.
Ik kreeg daar de kriebels van.
Ik kan nasi maken, en spaghetti. Ik kan een broccoli koken die nog zacht wordt ook, wanneer ik voldoende geduld op kan brengen. Zelfs een ei ziet er bij mij enkel goed uit zolang hij in de koekenpan zit. Wanneer ik hem eruit wil halen is hij op één of andere manier altijd vastgeplakt aan de bodem. Tegen de tijd dat ik hem op mijn bord heb, ziet het er meer uit als een ei met een psychose.

Nieuwsgierig als ik ben begon ik meteen met het lezen van de menukaart waar ook de volgorde van handeling werd vermeld. ‘Maak een aantal uren van tevoren, of de vorige dag de paddenstoelensoep’, stond er.
Ik besloot meteen ‘de vorige dag’ die soep te maken. Ik voorzag namelijk grote problemen qua planning en organisatie en wanneer er daar iets misgaat, volgen problemen qua communicatie al snel. Wat makkelijk kan leiden tot Conflict wat qua kerstgedachte dubbel conflictueus is.
Die vorige dag begon ik op tijd. Dat is nodig wanneer iemand nog nooit iets heeft gekookt met een recept erbij maar altijd maar zo’n beetje uit de losse pols (die nasi en spaghetti).
Dat recept lezen ging meteen al fout doordat ik ernstige twijfels kreeg bij het functioneren van mijn leesbril. Deed dat ding het nou al niet meer? Ik poetste de glazen. Nee, het stond er echt. Een hele rare grammaticale fout, in het menu. Er stond ‘el’ in plaats van ‘de’ en nog klopte het niet; ‘een de roomboter’ kan niet in een zin. Wat raar. Ik las verder en ontdekte verderop de volgende schrijffout. ‘Neem een tl tijm,’ stond er.
Eureka. Met blozende wangen concludeerde ik dat el en tl receptentaal is voor eetlepel en theelepel.
Een eetlepel roomboter, wie had daar ooit van gehoord? Ik snij dat altijd met een mes. En mag daar dan een bultje op of moet het een platte eetlepel worden? Ik kreeg het al best wel een beetje warm.
Nog weer verderop in het recept voor de vorige-dag-soep stond dat er ‘200 ml’ water bij moest. Ik dook mijn keukenkast in om mijn maatbeker te zoeken. Maar daar stond alleen dl op. Tot acht.

Ik zeeg neer op de keukenvloer, met mijn maatbeker. (Qua Storytelling zijn we nu al bij de Held die geconfronteerd wordt met een Obstakel, een Tegenslag, Iets om te Overwinnen. De Transformatie laat nog even op zich wachten want de Held moet er eerst bijna aan Onderdoor gaan).
Op die keukenvloer besefte ik twee dingen. Als eerste was het geen kwestie van smaak of toeval dat mijn zus zo goed kan koken, en ik niet. Zij heeft wiskunde gestudeerd en houdt daarnaast van lekker eten. Het tweede wat mij trof als Cupido met een pesthumeur en een giftige pijl was dat ik leid aan dyscalculie (en daarnaast, net als mijn zus houd van lekker eten).
Het zou me nooit lukken.
In geen honderd jaar zou ik het voor elkaar krijgen om die ml om te zetten naar die dl, dat is iets met nullen, dan moet er eentje bij of juist weg. Het is een macaber gebeuren wat mij al sinds de lagere school nooit helder is geworden en sindsdien altijd is mislukt.
Reuze makkelijk, zelfs jij kan het! Dat is Niet Waar!

Ik maak een foto van mijn maatbeker (dl, tot acht) en begin deze rond te sturen met de vraag: hoe moet dit maar liefst 200ml worden?
Van mijn ene zus krijg ik een praktische handleiding over hoe om te gaan met mijn maatbeker. Van de andere zus krijg ik stapsgewijs uitgelegd hoe de berekening van de dl naar de ml, en dan ook nog 200 verloopt en wat de algehele conclusie is daarvan. Namelijk dat er maar één antwoord mogelijk is, en dat is het goede. Zo gaat dat bij wiskunde, zo gaat dat bij paddenstoelensoep. Volgens mijn zus.

Voor mij als Held in het verhaal betekent het dat ik met hartkloppingen op de bank zit en mijn zevende sigaret aansteek. De paddenstoelen, roomboter en tijm liggen onaangeroerd op het aanrecht met spanning te wachten wat ik er nog van bak.
Ik sta op. Ik zet door. Ik begeef mij ver buiten mijn comfort-zone: het strijdtoneel, het oorlogsgebied wat keuken heet.
Dit is overigens nog niet het gedeelte waarin de Held iets overwint, of de schurk heeft neergeslagen. Met een deegrol, bijvoorbeeld. Dit is meer een vorm van Verwijtbaar Optimisme, een zwakte van de Held waardoor hij zichzelf in de problemen helpt. Dat moet ook want anders kan er geen sprake meer zijn van een leerproces wat moet leiden tot die befaamde transformatie.

Net als op het plaatje pak ik mijn grootste pan. Ik doe daar el roomboter in, dan maar met bult. Daarin moeten de ui, de tijm (tl) en de knoflook. Maar ik hou niet van ui. Kan het ook zonder ui, vraag ik me af. ‘Fruit de ui, de tijm en de knoflook’, staat er. Geen idee of knoflook ook gefruit kan worden zonder ui. Ik weet dat niet. Ik durf dat niet. Die ui zal erin moeten. Maar wanneer is hij gefruit? Hoe lang duurt dat?
Daarnaast loop ik tegen het praktische probleem aan dat ik niet in de pan kan kijken. Hij is te hoog, of ik ben te klein dus als een speer sleep ik een kruk voor het gasfornuis zodat ik met één been op het aanrecht in de pan kan loeren. En ik roer en ik roer en wou dat ik deodorant had opgedaan. Pest. Ik zie niets veranderen aan die ui en die knoflook. Menukaart er weer bij. ‘Fruit in drie minuten,’ staat er. Overheen gelezen. Ik vlieg naar de slaapkamer om mijn astronomische wekker te halen. Daar staan ook cijfers op maar er kan niets mee misgaan.
Dat er bij het koken toch vooral een rekenmachine en een wekker aan te pas komen, stel ik verwonderd vast, in plaats van een pollepel. Wat mijn eerste indruk was.
Na de relatieve drie minuten ben ik aangeland bij de volgende stap van de gebruiksaanwijzing. Dat nooit. Wat daar staat, ga ik nooit doen. Never.
Het voelde exact hetzelfde toen ik als kind mijn moeder heilig beloofde dat nooit te doen, dat met die piemel en dat gaatje. Gatsie. Mijn moeder lachte wat maar ik was vastbesloten. Never.

‘Voeg de paddenstoelen toe en bak ze 5-10minuten mee’, stond er.
Dat zou niet gaan. Punt één is vijf of tien minuten nogal een verschil en wanneer ik keek naar de hoeveelheid paddenstoelen en dat kleine beetje el roomboter met ook nog eens die ui erin, dan stevende ik alleen maar af naar een verbrandde pan.
De zoveelste.

Einde oefening, geen paddenstoelensoep, dan maar een gang minder. Dat is niet erg, bemoeder ik de Nelleke in mijzelf. Die terugzegt dat het vooral wel erg is. Heel erg zelfs. Erger dan erg. Ik hang weer met de paddenstoelen boven de pan. Het gaat fou-hout roept diezelfde keuken-Cupido van daarnet. Doe het nie-hiet!
En nu komen we, eindelijk, op het punt waar de Held volkomen ten Onder gaat. Verslagen door de elementen, de Schurk, het Conflict wat ook innerlijk kan zijn. Ik, als Held, nam mijn Verlies. Mijn falen, mijn mislukken. Ik liet mij overmeesteren door mijn Monsters; de paddenstoelen voor de paddenstoelensoep. Voor de kerst.
Ik flikkerde ze in de pan.
En begon als een gek te roeren. Twee minuten. Drie minuten. Vier minuten. Vijf minuten.
Een wonder. Wat ik zag, met mijn ene been op het aanrecht, was een Wonder.
De paddenstoelen brandden niet aan. Ze slonken. Ze kwamen niet vast te zitten maar transformeerden. (Qua Storytelling is het even een vreemd uitstapje omdat de Held moet transformeren maar dat komt nog).
Zes minuten. Zeven minuten. Acht minuten. Nog twee minuten te gaan en dan kan de ml die in mijn dl zit erbij!
Negen minuten! Tien!
Ik weet precies wat ik moet doen, de dl over de paddenstoelen heen, van de kruk af, kraan open, bakje eronder tot 2dl en hoppa, kruk weer op, pollepel in de aanslag en maatbeker leeggooien. Roeren, roeren…!
“Ik kan het,” gil ik door de kamer, “ik kan het,” juich ik.
Kijk, nu is de Held getransformeerd in een nieuw persoon. En ook de moraal van het verhaal (dat hoort ook bij Storytelling) is nu ontbloot namelijk: zet door, geef nooit op. Kijk alles waar je bang voor bent, recht in de bek. En versla het; zo nodig met een deegrol!

Alleen het bouillonblokje moet er nog bij, nou peanuts. Alsof ik daarvan wakker lig, haha!
Nog nooit via een recept gekookt, nog nooit ook maar een simpel kippensoepje in elkaar gedraaid en nu meteen zoiets groots, complex en ingewikkelds: paddenstoelensoep.
Been there, done that. Ik ben subliem.
En hier komt de Story over de Held en de Keuken ten einde. Want hij is herboren.
(Zij).
(Ik).

Getagd , , , , , , , , , , . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *