Waarom?

Alleen kinderen kunnen en mógen dat: de waarom-vraag stellen. Waarom, waarom, waarom? Een lastige vraag voor volwassenen, want ja, waarom eigenlijk? Heeft het nut? Heeft het reden? Heeft het zin?
Onze kleine filosofen dwingen ons erbij stil te staan. Vergis je niet te denken dat dit nu eenmaal een fase is waar de kleine filosofen zelf doorheen gaan. Nee, wij als volwassenen gaan er doorheen. Laatst vroeg een peuter mij, na een aantal waarom’s, waarom ik Tuc in huis had.
‘Nou…eh, ik heb een vriendin en die komt wel eens op bezoek en die eet graag Tuc. Daarom heb ik Tuc in huis”.
Waarom, verwachtte ik, en anticipeerde al op het antwoord.
Het 2,5 jarig turfje keek mij aan en zei:
‘Maar ik ben toch ook jouw vriendin?’.
There’s more to it.
Ik besloot wat meer stil te staan bij de waarom-vraag, zonder hem hardop te stellen. Want alleen kinderen kunnen en mógen dat. Wanneer volwassenen dat doen klinkt het als: waarom heb je niet gebeld, waarom ben je zo laat, waarom zei je dat niet meteen? Bij volwassenen heeft het nooit een filosofisch effect maar is het meer of het Ministerie van Aanval in het leven is geroepen. Die op hun beurt weer Defensie red alert geven.
Precies is mijn waarom-fase wilde ik onderhoud laten plegen aan het ventilatiesysteem in mijn huis. Daarvoor nam ik contact op met de Vereniging van Huiseigenaren, de VvE, om contact te leggen met de desbetreffende deskundige.
Dat mocht niet.
Waarom?
Omdat wij met opdrachtbonnen werken.
Waarom, want niemand nam contact met mij op, in opdracht.
Ik mailde opnieuw en ontving een printscreen van mijn melding.
Waarom? Dit wist ik al.
Dan ontvang ik een brief, van het bedrijf die de deskundige in dienst heeft die bij mij langs mag komen. Of ik hen wil bellen. Hoewel ik geen contact mag zoeken van de VvE, doe ik dit toch.
Na even gewacht te hebben op de wachtenden voor mij, krijg ik contact.
‘O, maar wij bellen u,’ zegt de medewerkster. ‘U bent bereikbaar op dit nummer? Dan bellen wij u binnen vijf minuten terug’. Ze hangt op.
Waarom???
Aan het eind van de middag bel ik hen terug- waarom; nou omdat ik een geheel ander idee heb van vijf minuten dan zij. Het lukt me door te dringen tot afdeling district 3. En zowaar een afspraak te boeken. Waarom– omdat ik nu eenmaal niet begrijp hoe ik anders een afspraak moet maken wanneer ik hen niet mag bellen, zij mij wel maar het niet doen en hoe dan ooit mijn ventilatiesysteem onderhouden kan worden.
Ik ben blij dat de kleine peuter er niet is. Ik kan haar uitleggen waarom de zon zin heeft om op te staan, waarom ik mini-winkelwagentjes in mijn huis heb, waarom ik een sok heb met een gat erin, een bad in mijn badkamer. En ja, daar mag zij in.
Maar ik kan haar niet uitleggen wat het nut, de reden, of de zin is van hoe wij onze volwassen maatschappij hebben ingericht. Waar daar de logica te vinden is, of de filosofische diepgang.
Dus ik keer eerst terug naar haar, om te kijken door haar ogen alsof ze van Einstein, Sartre of de Beauvoir zijn. En volg haar logica zonder me iets af te vragen over reden, nut of zin. Ik kijk met haar mee naar haar vanzelfsprekendheden, en wat voor haar belangrijk is.
‘Ik ben toch ook jouw vriendin?’
Dan deel je. In dit geval Tucjes. En je hoeft niet te vragen waarom.


 

Getagd , , , , , , . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *