Gruss Gott

Eigenlijk zijn campings één van de meest ongezonde plekken om te vertoeven. Het zijn  broeinesten van oordelen en vooroordelen. Iedereen kijkt immers naar elkaar en vindt dan wat van de ander. Ik vond bijvoorbeeld het gezin wat tegenover ons stond op een camping in Duitsland zo leuk; twee mannen met twee zonen. Dat zie je niet vaak in Nederland maar misschien, veronderstelde ik, was Duitsland wat dat betreft al een stapje verder. Dit opgemerkt hebbende, ging ik onbewust op het gezin letten. En zo kwam ik erachter dat de ene man een vrouw was, een soort tante Sidonia maar dan zonder het bekende kapsel. Ik besloot daarop dat deze vrouw natuurlijk model was;  als je en te dun en te lang bent, ben je al gauw model. En dat haar man haar in huis had genomen vanwege haar buitenkant; zij spraken immers niet met elkaar. Zij dekte de tafel, hij las de krant. Zij deed de afwas, hij dronk een glas wijn. Zij hing de handdoeken op, hij verzette zijn stoel van de caravan naar de boom om lekker in de schaduw te zitten. Hij zou vast  uitgerust thuiskomen, voor haar was het meer ‘net als thuis’. De avond voor vertrek hielden ze bonte-avond: ze speelden een partijtje badminton waarbij zij twee keer iets tegen hem zei en hij zei één keer iets terug.
Met een toiletgebouw wat zover weg stond dat je het liefst een taxi zou bellen kwam er aardig wat ‘volk’ langs onze tent. Het is gebruikelijk om degenen die voorbijkomen vriendelijk te groeten, zeker ’s morgens wanneer men met volle blaas de heenreis naar het toiletgebouw aanvaardde. Elke ochtend kwam er een mevrouw langs die eerst uit haar ooghoek keek of wij haar zagen. Waarschijnlijk in de hoop dat dat niet het geval was en het ‘môge’ aan haar voorbij zou gaan. Maar we zagen haar wel, elke ochtend weer zaten wij er met onze mok koffie helemaal klaar voor om eenieder een Goede Morgen te wensen. Speciaal in haar geval waarschuwden wij elkaar- ‘daar komt ze aan’. Om iemand een Goede Morgen te kunnen wensen, is immers een klein moment van oogcontact nodig. Wat wij maakten in de seconde waarin zij vanuit haar ooghoek een blik op ons wierp. Zij moest ons dan wel aankijken waarop wij snel:
“Goedemorgeh”, riepen. Zij was met haar zoon die precies op haar leek en hij deed het ook, eerst de ooghoekblik Nature or nurture, dat zijn dan weer van die vragen waar je je ineens mee bezig houdt, op de camping. Terwijl je natuurlijk eigenlijk voor je ontspanning komt.
Het ernstigste geval van menselijke oordelen overrompelde mij echter toen we nieuwe achterburen hadden gekregen terwijl we nietsvermoedend waren gaan zwemmen. Dus niet de keer dat we ineens een heel gezin ontdekten in de schaduw van onze tent, voor de ingang welteverstaan, die allen lagen te slapen op een schaap wat in de aanbieding was geweest bij de Kaufmart. Het ernstigste geval betrof het waslijn-incident. De nieuwe achterbuurvrouw had een waslijn gespannen van een meter of vier vanaf haar tent, langs de onze, naar de volgende boom. Ze had ook al gewassen; alle badhanddoeken en alle washandjes (geel, groen, rood). En één slipje. Met zwart kant. Mijn Lief en ik waren er stil van. Het ene slipje hing pontificaal voor onze ingang. Wanneer we uit de tent kropen zouden we, met iets te veel vaart, met onze neus rechtstreeks in het zwarte kant belanden.
“Ich hänge gern zusammen,” had de wasvrouw tegen mijn Lief gezegd. En ik trok meteen de conclusie:
“Het is een teken,” fluisterde ik, “een signaal”.
Mijn Lief dacht van niet maar ik wist precies hoe vrouwen opereren, vertelde ik hem. Ik stond er dan ook op om zsm naar een grote, Duitse stad te rijden om daar in een lingerie-winkel een overtreffend slipje te gaan halen. Om die bij haar voor de deur te hangen.

Behalve het gezin aan de overkant en de ooghoekvrouw (en haar zoon) hield ik nu ook de wasvrouw nauwlettend in de gaten. En dan was er nog het echtpaar met de grote hond die de vrouwelijke helft was aangevlogen omdat hij achter een andere hond aan wilde en zij toch last van haar kruisbanden had. En hij het zat was om als een baby behandeld te worden en niet als hond. Van dit echtpaar hoefde ik dus alleen de vrouw in de gaten te houden omdat ik vond dat de hond gelijk had. En als ik een keer ongezien naast de tent wilde plassen omdat het nu eenmaal geen doen is om met een volle blaas ontspannen naar het toiletgebouw te wandelen, moest ik alle tenten en caravans in de gaten houden.

De dag voor ons vertrek ontmoette ik een echtpaar uit Brabant die behalve de luxe caravan ook nog een sta-caravan hebben op een andere camping. Zij hielden mij nauwlettend in de gaten.
“Typisch zo’n vrouw die voor het eerst aan het kamperen is,” hadden ze tegen elkaar gezegd. Nu ben ik bijna op een camping geboren, daar heb ik leren lopen, daar tuurde ik vanuit de kinderwagen naar de toppen van de bomen en mediteerde ik voor het eerst.
Waren het mijn lange nagels met de knalroze nagellak? Mijn pumps die in het gras lagen, klaar voor vertrek? Mijn sexy-dresses of toch het koffiezetapparaat?

Campings- broeinesten van oordelen en vooroordelen. Het zal ook geen toeval zijn dat het er buiten de camping heel anders aan toe ging. Daar begon elke ontmoeting met:
“Gruss Gott”. Men droeg een Lederhose of een jurk uit de Dirndl-collectie waarbij de beide Dirndl’s precies weergaven hoe het ski-gebied er in de winter uit ziet. Zonder oordeel of vooroordeel. Maar gewoon zoals het is.

Getagd , , , . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *