De bouwvakkers

Je zal een baan hebben als Mark Rutte. Of Rob Jetten. Je zal uit het DNA het AND hebben gedestilleerd en ineens de meest vreselijke ziektes kunnen genezen.
Het stelt allemaal niets voor.

Stel je voor dat je een bouwvakker bent.

Hierin ligt een enorme uitdaging. Dit weet ik sinds ik ze zie in mijn voortuin, achtertuin, rondom mijn huis. Bezig met een duurzaamheidsproject bedacht door de MVGM waar ik als Verenigde van Huiseigenaren noodgedwongen bij zit.

Als bouwvakker word je geacht af en toe na te denken.

En dat is niet mis. Als de steiger in mijn tuin is opgebouwd, moet hij ook weer afgebroken worden.
Tsja. Hoe pakt men zoiets aan. Welke paal moet er het eerst tussenuit? Boven? Beneden? Die schuine? En waar laten we de (asbest?) platen die zijn losgeschroefd van de bovenwoning?
“Gooi maar in de tuin,” zegt de andere bouwvakker.
“Ho ho,” roep ik.
“Er wordt helemaal niets in mijn tuin gegooid”.
Dat vinden ze vervelend. Dat ze mij weer zien, in mijn rode ochtendjas en op mijn tijgersloffen, al dan niet gehuld in mijn grijze maxi berenvoetensloffen van echte schapenwol.
Ik vraag dan niet ‘wil je koffie’ of ‘zal ik je pijpen (grof hè)’ maar:
Enwatzijnweaanhetdoen?! Ikdachtvanniet”.

Dat alles zo buitengewoon bijzonder verloopt heeft te maken met communicatie.
Communicatie is een vakgebied waarbij de kans dat er iets misgaat, groot is.

“Ken you give me de schroefmachine?”, vraagt bouwvakker 1 aan bouwvakker 2.
“Watrsabresbafsky,” of iets anders in het Pools zegt hij terug waardoor niet duidelijk wordt of de boodschap ook helder en duidelijk is ontvangen en begrepen.
“Sebastiaan! Do you have pauze?”
Nu is Sebastiaan weer Nederlands maar zijn Engels is niet zo goed dus hij snapt het niet. Geen pauze voor Sebastiaan, vandaag.
Dan is er nog een andere Pool die “hallo” kan zeggen terwijl hij langs mij en mijn tuin loopt. Hij doet dit al sjorrend aan zijn broekriem. Waarbij het mij onduidelijk is of hij die riem nu losmaakt, of vast. Ik ben wel blij dat hij mij verbaal groet en niet non-verbaal, met zijn gereedschap. Wat gelukkig eens niet onder een afdakje hangt maar voor de zekerheid zeg ik niets terug. Kan er ook niets fout gaan.
In ‘goed overleg’ maar daardoor ook tergend langzaam besluiten de bouwvakkers de steiger over mijn tuinhek te tillen. Dan hoeft hij niet helemaal uit elkaar.
De bouwvakker zet daarvoor zijn maat 48 bovenop mijn opkomende pioenroosstruik. Die daar staat ter nagedachtenis en eerbetoon aan mijn vader.
“Ho ho,” zeg ik tegen platvoet, “niet mijn tuin verhabbezakken”.
“Maar ik moet de steiger weghalen,” zegt hij.
“Ja, je moet de steiger weghalen maar NIET mijn tuin verhabbezakken,” zeg ik.
Ik merk dat deze informatie moeilijk is voor hem, om te verwerken. Ik durf niet meer iets te zeggen over de pioenroos of mijn vader. Ik vrees dat wanneer ik nog een item toevoeg die gekoppeld moet worden aan de voorgaande variabelen het hersenpannetje op hol slaat en in de gevarenzone beland.
En passant hoor ik ineens een radio. Dichtbij en een andere zender dan die ik op heb staan. En ik bespeur zowaar een radio. Geplaatst in mijn tuin. Ik zet het ding uit en blijf ermee op het tuinpad staan.
“Dat is mijn radio,” meldt de hoe-breek-ik-een-steiger-af-bouwvakker.
“Ja,” beaam ik, ‘dat is jouw radio maar die komt NIET meer in mijn tuin. Want ik heb zelf een radio. Dus dat mag niet meer”.
“En,” gaat mama-Nelleke nog even door, “dan ligt daar nog jouw hamer, die je mee mag nemen, en jullie werkbank en je jas. Daar op dat struikje. Die mag je ook nog even pakken”.

De communicatie is helaas niet het enige euvel, bij Firma Ko. Er worden deuren niet geplaatst omdat ze te groot of te klein zijn. Er worden platen bevestigd met ai, een kier dus die moeten er weer af. Dit veroorzaakt dan weer lekkage waardoor er allerlei plastic aangebracht moet worden en het gekke is, dat het bij het vorige blok ook al zo was. En volgende week zal het bij het volgende blok ook wel weer zo zijn!
Daarnaast is er iets heel vreemds aan de hand bij Firma Ko, want er verdwijnen de hele tijd spontaan mensen. Ze zijn ziek, of met vakantie of hebben een andere baan. Het vergt de hele tijd wat detectiveachtige kwaliteiten om de volgende, al dan niet leidinggevende, contactpersoon op te sporen.

Dit lukt me. En ik ben hiertoe genoodzaakt omdat ik een bouwvakker aan de deur heb gehad die mij vertelde dat morgen en overmorgen mijn voor- en achterpui eruit gesloopt worden. En ik dus met een ‘open huis’ zit, tot nader order.
“Is het handig wanneer ik daar iets van weet,” vraag ik hem. Want ik ben niet op de hoogte. Volgens de toegestuurde planning pas eind volgende week.
Nee hoor, volgens hem niet en om half acht staat hij op de stoep. Als ik dat maar wel even weet.
Ik bel de nieuwe contactpersoon van Firma Ko.
Weet hij iets van de nieuwe planning?

Hij belt me terug. Nee hoor, klopte niets van. Niet morgen en overmorgen, niet eind volgende week. Maandag. Maandag gaat de achterpui eruit en dan dinsdag de voorpui. Weer om half acht. Daarna blijven ze nog twee dagen in mijn tuin rondhangen om de bovenbuurvrouw ‘te doen’.
“Nou,” zeg ik, “dan ben ik in ieder geval op de hoogte. Dat lijkt me wel handig. Dat ik weet wanneer er wat gaat gebeuren, aan mijn huis. Ik zal de buurvrouw ook even inlichten”.

Even later belt hij me nog eens terug.

Het gaat toch weer anders. Maandag gaat de voorpui eruit, niet de achterpui. En dan dinsdag de achterpui. En niet de voorpui.

Hij had de kaart verkeerdom.

Getagd , , , , , , , , , , , , , . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *