Fien

En dan is het eindelijk zover. Fien gaat bevallen, 6 juni 2026. Het was natuurlijk niet echt de bedoeling, net te laat met de poezenpil en zodoende zal ze toch nog mama worden.

Fientje is ongedurig, wil vooral niet alleen zijn dus we liggen samen in de slaapkamer op bed. Als ik even naar de woonkamer loop om wat te eten of drinken, haalt ze me op. En liggen we opnieuw in het donker. Ik onder mijn harige, rode ochtendjas en zij in haar tipi-tent op de plek van mijn hoofdkussen.

Het mag haar vertrouwd zijn; bij haar mama had ze al een tipi-tent en bij thuiskomst bij mij stond daar exact dezelfde. Ik hoop natuurlijk elk moment een wee te zien maar Fien neemt haar tijd. We lossen elkaar af, vriendlief en ik. We schatten hoogstens twee Fientjes, meer passen er niet in haar kleine bolle lijfje.

Er zal weer een tijd aanbreken van achter kittens aanhollen, en we zijn benieuwd hoe tante Bella en Grote Kerel Kater Karel het op gaan nemen. Hij waarschijnlijk weer zo stoïcijns als een deur.

En dan eindelijk een wee. En nog een paar. En komt het kitten langzaam naar buiten. Een stuitligging, de achterpootjes komen eerst. Er zijn een paar flinke weeën nodig.
Zet ‘m op, Fien!
Het vlies is al gescheurd, het mag allemaal niet te lang duren.
Doe je best, mijn meisje Fien!

Daar komt het lijfje van baby-kitten.

Het is een groot, zeer voldragen lijfje.
Fien krijgt het er amper uit. Het blijft ‘steken’ in het geboortekanaal, klem met het kopje en een pootje wat langszij is geschoven. Vriendlief helpt haar met de laatste weeën de kitten ter wereld te brengen.
Om het meteen te reanimeren. Wat niet helpt. Het kitten is al overleden.

We halen het bij Fien weg.
Zij krult zich in haar tipi en gaat slapen. Geen nieuwe weeën. Niet na een half uur, niet na een uur. Dit enorm grote kitten is de enige bewoner geweest van haar buik. Er komen geen andere Fientjes meer.

Erg laat vertrekt vriendlief naar zijn eigen huis en kruip ik in bed naast de tipi. De volgende ochtend kunnen Fien en ik elkaar meteen, over het randje van de mand die erin ligt, in de oogjes kijken. Dat vindt ze leuk. Dat vindt ze beregezellig. Samen wakker worden. Daarna gaan we samen ontbijten en daarna zitten we samen op de bank. Zij op een kussen op mijn schoot. Hartstikke leuk en dan kunnen we ook mooi in de tuin kijken.

Er wordt een rozenstruikje gehaald. Oranje. Er wordt een gat gegraven. We noemen hem Panter. En deze prachtige, Cyperse kerel wordt begraven tussen Roosje, met haar witten roosjes, en Ziva met haar rode roosjes, in.

Fien vraagt om haar blikje, wat ze krijgt natuurlijk. En daar komt Bella ook aangehold.

Het leven gaat verder alsof er niets is gebeurd. De vaatwasser wordt uitgeruimd, er worden boodschappen gedaan. Uit pure ellende drinken we een glas wijn bij de opgewarmde spaghetti van de dag ervoor.

Waarom, vragen we ons af. Treurig, zijn we. Eigenlijk best verbijsterd, over de weg die het leven heeft genomen. Hoe kan het zo lopen, waar gààt het over?

Maar dat moeten we niet doen. Want dat doet Fien ook niet. Die piekert nergens over na. Die oordeelt niet. Of vraagt zich af welke diepere zin des levens haar pad heeft gekruist. En tot welke inzichten ze zou mogen of kunnen komen.

Gister was gister en voorbij. Vandaag is vandaag. Geen regen dus weer lekker op pad. En morgen, morgen is er nog niet.
Dus ook nog geen gedachte of zorg waard. En dit leert Fien ons. Want alles kan zomaar anders gaan.

Getagd , , , , , , , , . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *