Uit Hoofdstuk 5, Je moet er wel tijd voor hebben, 5.3.; Het dicht-smak-principe
‘Wanneer een man bij je thuis mag komen,’ zei Roos, ‘dan vertel je hem van tevoren dat wanneer je de deur opendoet en zijn kop je niet aanstaat, je die deur met dezelfde vaart weer dicht-smakt’.
‘Okee,’ zei ik braaf en deed dat ook braaf en herhaalde haar tekst letterlijk.
Ron, inmiddels in kleur en aan de telefoon, viel stil. En wel zo lang dat ik moest vragen:
‘Snap je dat?’.
‘Dus het kan zijn dat je dat hele eind voor niets rijdt’.
Zo begon het natuurlijk niet, met Tinder-Ron. Het begon met vlot naar de app waar hij niet alleen in kleur te bekijken was maar het ook uitlegde. In kleur was hij twee dingen; en een salesman met colbert en een motormuis met leren jack. Leuk, motormuisjes, die in de lente met zo’n vrolijk clubje van A naar B rijden en weer terug, op de brommer. Touren, heet dat.
Net zo snel als op de motor, een biker en vooral geen brommer, was Ron ook gebekt. We appten de hele dag over en weer en bespraken allerlei onzin met vaart, humor en plagerijen. Zodra de collega’s op het sales-werk waren verdwenen, belden we en kletsten verder.
Ron bleek in het bezit te zijn van een giecheltje. Dit giecheltje klonk elke keer wanneer hij vond dat hij iets grappigs zei en qua timing leek het dus alsof wij lachten om hetzelfde. Zo leek het dus ook alsof er een behoorlijke klik was tussen ons.
Die was er niet.
Er was wel een lading. En die was seksueel van aard.
Ik vroeg nog naar het wel en wee van zijn motor-kant omdat hij zichzelf zo beschreef maar daar wilde hij aan de telefoon niet zo veel over zeggen.
‘We kunnen afgeluisterd worden,’ zei hij zachtjes.
Nu helpt het niet om zachter te gaan praten, wanneer je wordt afgeluisterd. De AIVD zet dan gewoon het volumeknopje wat hoger. Qua intelligentie schatte ik in, dat deze man dat zelf ook kon bedenken dus mogelijker wijze was hij wat paranoïde aangelegd. En wanneer dit zich beperkte tot wat illusionair gezelschap van de AIVD kon ik hier niet wakker van liggen. Niet van deze date die zich met vaart zou voltrekken en de 24-uurs deadline met glans zou halen.
Vanzelfsprekend viel Hester de Mannenpester in haar rol van Mata Hari niet voor de zachte stem, noch voor de angst om afgeluisterd te worden, noch voor het onthouden van informatie.
‘En wat is de naam van je motorclub,’ vroeg ze en hij realiseerde zich terdege dat in dit geval geen naam ook geen seks betekende.
Zachtjes fluisterde Ron de naam van het gezelschap in de telefoon maar als je niet al in die business zit, dan zegt het je vrij weinig.
De AIVD daarentegen zal zich bedenkelijk achter de oren hebben gekrabd- wat een rare man…een soort Bert Visser maar dan met een hele andere entourage.
Misschien zaten er wel een paar boefjes tussen, vertelde Ron over de entourage in het algemeen, maar wat er in de krant stond was niet waar. Je moest niet alles geloven.
‘Je wordt niet zomaar afgeluisterd,’ zei ik en met dat ‘zomaar’ ging ik later een beetje de mist in. Natuurlijk was hij een Foute Man. Niets in mij had het plan opgevat hem te houden. Ik wilde hem alleen maar even hebben, en daarna weer doorgeven of overgeven of teruggeven. Als Foute Man begreep deze Ron dan ook heel goed het dicht-smak-principe qua voordeur.
Ja, hij begreep het.
En ja, hij nam het risico.
De volgende middag ging de bel. Ik deed de deur open en stelde binnen een seconde drie zaken vast:
A) 1.80m was voor hem blijkbaar een rekbaar begrip
B) twee zeer bijzondere blauwe ogen
C) hij stond vijf passen van de deur
Ik keek hem alleen aan.
‘Ik heb geen zin om een deur in m’n gezicht te krijgen,’ zei hij.
‘Je mag binnenkomen,’ zei ik.
Ik bood koffie aan wat hij netjes aannam maar waarvan ik ook merkte dat het voor hem niet zo nodig had gehoeven. Om de tijd door te komen bekeek hij de poster op mijn deur. Een compilatie van verschillende foto’s en om de poster niet te verpesten had ik over de ogen van mijn ex een zwart balkje geplakt.
‘Een zwart balkje,’ merkte hij op.
‘Hij is een crimineel,’ zei ik maar voordat ik daar ‘in mijn ogen’ aan toe kon voegen vroeg ‘je moet niet alles geloven wat in de krant staat’:
‘Ken ik hem?’.
Het liefst had ik naam en adres van de ex even snel op een post-it geschreven en overhandigd met de woorden:
’Hij had het vaak over je. Zou maar eens langsgaan, met je vrienden’.
De bedoeling was echter dat deze date over een dik uur exit was. Om nooit meer terug te komen. Deze man was niet van brommerclub Doet Hij Het of Doet Hij Het Niet maar van een motorgang. En hij was geen member maar vice-president.
‘Nee, je kent hem niet’.
We dronken onze koffie half.
En deden Instead of chocolate.
Onderweg naar de voordeur vroeg ik hem nog even mijn dekbed op te schudden. We kwamen immers langs mijn slaapkamer en mijn dikke, dubbel-gevoerde winterdekbed is te zwaar voor mij.
Dat deed hij.
‘Nou, ik kan ook nog functioneren als huishoudelijke hulp’, zei hij.
Ik glimlachte een beetje in het rond, zoals ik ook in het rond ‘heks’. Het zou hem nooit lukken maar met nog even een huishoudelijk klusje te doen voor een ander, on his way out, was niets mis.
Ik wenste deze man, die zich bij elkaar hield ondanks zijn verleden maar met sales en deze vreselijke bende, een ‘behouden vaart’. Wat zoveel betekent als ‘tot nooit meer ziens’.
Zodra ik me weer nestelde op de bank, nestelde mijn poezenkater zich op mijn voeten.
‘Geen zorgen,’ stelde ik hem gerust.
‘Jij bent mijn vent, jij bent mijn kerel. Er komt hier geen man meer op de bank’.
En aan de AIVD vroeg ik: ‘Hebben jullie alles?’
Klik hier voor het hele verhaal of stuur een mailtje naar allesoverdaten@icloud.com.





