Rozen en champagne

Vandaag heb ik een aantal malen gekeken of er een man voor mijn deur stond. Met een bos rozen en champagne. Dit was niet het geval. Ook geen paard vastgebonden aan wat er is overgebleven van de schutting, terwijl de ridder nog even naar Gall&Gall is, of Fleur-op.
Ik zag enkel mijn papierbak en de grijze container, wat onkruid en de gehandicapte schutting waar een jongeman zonder rijbewijs doorheen is gereden. Omdat hij met het gaspedaal probeerde te remmen.
Het idee om met enige regelmaat eens te kijken of er toevallig ook iemand voor de deur staat, met zijn handen vol dus hoe moet hij op de bel drukken, komt niet van mijzelf. Het komt van mijn familielid F. Ik ontmoette mijn familielid F. op een moeder&dochterfeest. Een all-inclusive-feest van beider verjaardagen, feestjes die je had willen geven en events die erom vroegen om gevierd te worden maar waar nooit een antwoord op kwam.
Toen ik aankwam, presenteerde F. net haar kado aan het duo moeder en dochter. Ik had F. daar eigenlijk niet verwacht, ik wist niet dat zij kwam want daarover had ik niets gehoord.
En F. en ik stonden nou niet direct on-speaking-terms. Daar hadden wij allebei onze redenen voor maar vanwege de ‘not on speaking-terms’-situatie hebben wij dat, zeer consequent, nooit met elkaar besproken. En nu stonden wij naast elkaar zonder elkaar te groeten. Wij keken elkaar één moment recht in de ogen. Verder niets.
Moeder en dochter hielden ondertussen hun kado, ieder een perfect-fit-dress, respectievelijk blauw en wit met kant, voor zich maar het leek of de enthousiaste reactie uitbleef.
Voor ik het wist fluisterde ik tegen F.:
“Het zit ‘m in het decolleté”.
Moeder en dochter zijn namelijk niet decolleté-gevoelig. Moeder en dochter hebben de merchandise niet op Marktplaats staan terwijl dat soms goed onderhandelen is.
F. greep meteen daadkrachtig in door niet alleen te roepen, maar ook uit te beelden:
“Maar de jurk kan tot hier dicht!”
Zij wees daarbij op het onderste puntje van haar kin. Waarop wij elkaar nógmaals aankeken. En in lachen uitbarsten waardoor ons consequente gedrag vervloog alsof het nooit had bestaan. Wij gingen meteen aan de wijn en bespraken wat zaken waar vrouwen onderling zoal over praten. Over mannen, bijvoorbeeld.
Ontbonden mannen, weggelopen mannen, onbetrouwbare mannen, zeg maar, mannen in het algemeen. Achteraf denk ik dat wij beiden wel als regisseur bij de Lama’s hadden willen werken, of de Alpaca’s.
“Laat zien! Afspraken-man!”
“Laat zien! Neemt zijn verantwoordelijkheden-man!”.
Maar goed, het blijft natuurlijk tv en hoe leuk een man ook je wensen vervult op tv; thuis doet-ie dat niet. Wij waren het er snel over eens dat bepaalde mannen voorzien zouden moeten zijn van een barcode, bij voorkeur op het voorhoofd. Zodat je hem snel kan scannen en je er vlot achter komt dat je het product Eigenbelang in huis hebt gehaald mét daarbij hoeveel het je gaat kosten.
“Maar…eh,” vroeg F., “heb je al een nieuwe?”
“Een nieuwe wat?”, vroeg ik.
“Een nieuwe man. Bij jou staat er toch altijd binnen no-time een nieuwe voor de deur, met een bos rozen en champagne”.
Het is inderdaad wel voorgekomen dat er een nieuwe bij mij voor de deur stond maar nooit met rozen én champagne. Het was altijd óf met rozen, óf met champagne. Of met één fles Chablis, dat heb ik ook wel eens meegemaakt. Of die man waarvan ik dacht dat hij een zaklamp voor me had meegenomen, en die snel in zijn broekzak had gestopt. Wat deze mannen echter gemeen hadden, is dat ze een hand vrij hadden om aan te bellen.
Bij rozen én champagne gaat dat niet. Vandaar dat ik af en toe even check, of hij er staat. Maar nee. De dag is al bijna voorbij en nog steeds staat er niemand voor mijn deur. Ook geen briefje in de bus of sporen van hoeven. Maar zeker na mijn gesprek met F. vraag ik mij af of ik de deur eigenlijk wel open doe. Of dat ik wacht. Op de barcode en de scanner.

Getagd , , , , . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *