Van Die Dingen Dus

Er zijn Van Die Dingen waar je niet om vraagt en toch gebeuren. Al ’s morgens vroeg heb ik een close-encounter met geweld. Hier vraag ik niet om en zeker niet voor de koffie. Want dan is mijn fysiek, met mij erin, nog niet wakker.  Onwakker raak ik ingeklemd tussen de bank, de muur, Tijger en Mazi. Hoewel zij een broer en zus-relatie hebben wil hij haar een liefdesbijtje geven. Daar is zij totaal niet van gediend, hij doet het ook veel te hard. Hoezo broer en zus, hoezo vriendschap? Ze blaast. Naar hem.
Ik hurk tussen hen in, hij moet het maar eens afleren, die tough love, en ik blaas ook. Naar Tijger.
Waarop Mazi de aanval inzet.
Een seconde erna zijn wij één wirwar van mijn harige, rode ochtendjas en twee harige bollen van bruin, zwart en rood, ik ga neer en neem in mijn val een kandelaar mee, en het volgende moment zie ik Mazi achter de veel grotere Tijger aanhollen en verdwijnt hij door het kattenluik.
Dat vind ik niet ethisch verantwoord naar Tijger. Hij bedoelde het niet lelijk, hij is enkel lomp.
Ik ren naar buiten, op mijn blote voeten, en in mijn harige, rode ochtendjas.
“Tijger,” roep ik, “Tijger?!”
De man die verderop de ramen van zijn auto staat te krabben, begint enthousiast te zwaaien.
“Tijgertje,” roep ik, “Tijgertje!”.
De man stapt bij zijn auto vandaan en zwaait weer. Hij roept ook iets in de trant van ‘hier ben ik’.
“Ik roep mijn kat!”, gil ik naar hem. Lul.
Gelukkig red Tijger me door snel te komen van een close-encounter met deze meneer. En dat alles voor de koffie.
Als een dag zo begint, dan komt het niet meer goed. Op één of andere manier maak je dan net de verkeerde beslissingen. Zoals naar de stad lopen, bijvoorbeeld, omdat het zo goed is voor je. Wat beweging, wat conditie; dat soort dingen.
Al snel wordt duidelijk dat de vorst zeer laag aan de grond is, de wind ook exact daar het hardst waait zodat mijn tenen er al afgevroren zijn voordat ik halverwege ben. Het is onmogelijk om zo hard te lopen dat de bloedcirculatie zoveel toeren haalt dat het mijn tenen bereikt.
Ik ben nu verplicht om op een zsm-basis waar dan ook naar binnen te gaan om op te warmen. Ik dender een café binnen waar het me meteen opvalt dat er een ander publiek zit dan normaal en zij mij wat vreemd aankijken. Het zijn ook alleen maar mannen.
Heb ik een pukkel? Hangt mijn mascara aan mijn kin?
Ik ga aan een tafeltje zitten terwijl het publiek mij aan blijft staren. Het is geen best publiek, ze zien er een beetje viezerig uit, met vlekken op hun broek. Gelukkig komt, gehaast, de serveerster naar me toe.
“Een koffie verkeerd,” zeg ik opgelucht.
“We zijn gesloten,” zegt ze terwijl ik toch duidelijk de indruk heb dat ik aan een tafeltje zit.
“We zijn aan het verbouwen”.
Nu zie ik ineens de plastic zakjes met de boterhammetjes erin op tafel. En ontmoet nogmaals de starende ogen van de bouwvakkers.
“O,” staar ik terug, “ja, nu zie ik het”.
Verdrietig, gefrustreerd maar gedwee verlaat ik mijn reddingsboei. Ik besluit maar even langs mijn dealer te gaan, ik moet immers ergens een goed humeur vandaan gaan halen. Wederom een besluit wat het net niet haalt in de top tien.
Helaas is mijn dealer in geen velden of wegen te zien maar er staat wel een klant. Omdat ik altijd heel loyaal ben aan de dealer besluit ik de klant te helpen. Ik beschouw mijzelf immers ook als een deskundige.
Wij bekijken samen, via de spiegel, de handel die zij op het punt staat aan te schaffen.
“Hm-hm”, hum ik enigszins twijfelachtig. Ze heeft namelijk de rode laarzen aan uit de nieuwe collectie met de lelijke hak. En die hak irriteert me.
“Kijk,” zeg ik, en draai mijn been naar haar toe, “dit zijn dezelfde laarzen maar dan met een betere hak”.
We vergelijken de hakken.
“Die hakken zijn veel lomper,” analyseer ik, “en het is reden waarom ik ze niet heb gekocht. Over deze laarzen, “en ik draai weer met mijn been, “krijg ik altijd heel veel complimenten”.
Op dat moment komt de dealer eraan.
“Ik neem ze niet,” zegt de vrouw.
Ik durf de dealer niet aan te kijken. Waar is mijn loyaliteit gebleven?
“Misschien ontmoeten elkaar nog wel een keer,” lacht de vrouw naar mij.
“Ja,” lach ik terug en verlaat de shop in een dermate tempo dat ik geen bijl in mijn nek kan krijgen van mijn dealer.
Van Die Dingen, dus. Je vraagt er niet om en toch gebeuren ze. Binnen één dag is de relatie met Mazi, Tijger, een buurtbewoner, mijn dealer en een stel bouwvakkers aangetast.
Ik besluit up-tempo weer naar huis te lopen. Om daar een hele warme douche te nemen. En dan doe ik mijn rode, harige ochtendjas weer aan.
En begin ik overnieuw.

 

Getagd , , , , , . Bladwijzer de permalink.

Één reactie op Van Die Dingen Dus

  1. Fri zeggen:

    Zo’n badjas heb ik nodig 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *