Gewetenswroeging

Gewetenswroeging. Het innerlijk conflict wat is uitgegroeid tot een ware war-zone die ik geestelijk ter nauwer nood weet te hanteren. Waarbij de agressor in mij het nog steeds wint van de pacifist, van de gewetensbezwaarde. En toch doe ik het. Waar moet dit eindigen? Wie ben ik, waar ben ik gebleven?
Het begon met de zonnebloem. De zonnebloemplantjes. Twee stuks.
Was dat nodig?
Nee.
Mijn tuin is een harmonieus geheel van roze, paars en wit. Maar de verleiding bracht mij ertoe dit vrolijke geel, deze vrolijke zonnebloemgezichtjes, deze high-lights, deze bijna de zon zelf, in mijn tuin te planten.
Twee stuks.
De volgende dag was eentje zwaar mishandeld en bijna kaalgevreten. Slijmsporen over het hartje. Het gele kransje gekneusd. Het groene blad treurig hangend richting aarde. Het was ochtend en geen dader te zien. Ik besloot dat, wat er van mijn zonneplant over was, te redden. En die avond beschermde ik hem door een emmer over hem heen te zetten en zo het verslindende leger buiten te sluiten.
Dat mislukte.
Sterker nog, ze hadden zich ook vergrepen aan mijn andere zonnebloemplant. En hadden het lef er zelfs nog bovenop te zitten. Met z’n vieren. En toen werd ik kwaad.
Kwaad op de naaktslakken. En niet zo’n klein beetje ook.
Bij naaktslakken moet ik altijd weer even denken aan de zoon van een voormalig bekende van mij. Het was een kind wat enkel had geleerd negatieve aandacht te vragen. Verder was hij aangelegd met het pesten van dier en kind, waar hij plezier in had. Hij kon liegen en manipuleren als een kerel van vijfendertig. Hij was toen negen en zo behept. Daar kon hij niets aan doen en wilde, net als elk ander kind, graag gezien worden. Hij vond het eigenlijk fijn, wanneer er door zijn leugens heen werd geprikt en ik zei: “Begin maar overnieuw. En nu eerlijk”.
Nelleke praat met mijn verdriet, zo verwoordde hij.
Het (negatief) aandacht vragen door stomme vragen te blijven stellen, vragen over zaken die hij allang wist, net als proberen mensen kwaad te maken, was een dagtaak. Voor hem. En dus ook voor mij om mee om te gaan.
Ik heb bijvoorbeeld een wespenallergie. In de zomer bestaat veel dialoog uit; ‘kijk uit een wesp, waar dan, de wesp komt naar je toe, stilzitten, jaag die wesp weg, klote nog een wesp’ en zo verder.
Ik heb volgens het Allergiecentrum 50% kans om dood neer te vallen, wanneer ik word geprikt. Die 50% zit hem erin dat ik eerder geprikt ben door een wesp maar niet ben overleden. Ik ben met alle shockverschijnselen in het ziekenhuis beland maar daar is iemand vergeten mijn bloeddruk te meten. En daarmee was mijn allergie niet officieel maar wel in mijn bloed aantoonbaar. Dus 50% kans op overlijden, en dat dan binnen 1,5 minuut zo ben ik ingelicht. Dat is lekker snel, dus dat zal de pret niet drukken. Ik heb dus ook geen euthanasieprobleem. Wanneer mijn tijd daar is, sluit ik mij op met een wesp. En dan maar hopen dat ik niet ineens die andere 50% te pakken heb.
Voor Sjakie was het, na 68 keer het woord ‘wesp’ te hebben gehoord, de prangende vraag:
“Eh…is het nou WEPS…..of is het nou….WESP?”
Creatief en verbluffend, of verbluffend creatief maar in ieder geval negatief.
Zo ging het ook met de naaktslakken.
Ik ben een dierenliefhebber, ik ben geen killer. Van welk dier dan ook. Maar nu, met mijn zonnebloemen, eentje vermorzeld en de ander mishandeld, zag ik naaktslakken ineens als vieze, slijmerige, lelijke, zelfs domme wezens die met z’n allen, ook nog eens zonder erover na te denken, met z’n vijven notabene mijn zonnetjes verminken.
Een losse flodder, zoals een emmer ter verdediging, hielp niet.
Grof geschud, dat was het antwoord. Dat zou ze leren. En ik deed het.
Een schoteltje naast de plant.
En ik deelde mijn bier, met de schotel.
De volgende dag begroef ik vijf naaktslakken. De plant was nog heel.
Die dag erop begroef ik vier naaktslakken. En de plant bleef heel. En zag er al een stuk blijer uit.
Aan de voet echter inmiddels een massagraf aan naaktslakken. Wat er niet prettig uitziet, wat ondergegraven moet worden, aan het oog onttrokken. Met een stokje.
Fout, Nelleke. Fout.
Je mag helemaal geen dieren doodmaken. Ook geen naaktslakken. En zeker niet zoveel. Hoezo zou de bierdood een mooie dood zijn, zoals ik mensen laconiek hoor zeggen. Ik wil niet dood door bier. Ik ken niemand, die dood wil, door bier.
Gewetenswroeging.
De plant of het beest. De natuur haar gang laten gaan ten koste van, mijn egoïstische zelf voorop met moord in haar kielzog en het excuus dat ik ervoor heb betaald. Maar met bonus, dus zo zwaarwegend is dat argument niet.
Ik weet het antwoord niet.
Draai telkens hetzelfde rondje, in mijn hoofd.
En denk weer aan Sjakie, en zijn stomme-geef-me-aandacht-vragen. Nadat het gesprek is geweest, over naaktslakken in mijn tuin, vraagt hij:
“Eh….is dat nou een naakte slak?”
Maar toen had ik gelukkig nog wel een antwoord
“Ja, Sjakie. Je hebt naakte slakken en slakken met een jurk aan”.

En die mis ik, in mijn massagraf.

 

Getagd , , , , , , , , . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *