Uit hoofdstuk 10, Liefde komt op je pad, of niet, een gedeelte uit Coupe-ik-ben-zo-gelukkig (H10.3.). Het 18+ gedeelte uit H10 is speciaal voor dit blog geschrapt. De privé-versie is te lezen via bol.com maar lul daar maar niet te veel over.
Wat eraan vooraf ging:
(H10.2. Niet op Zoek);
Freya had ook een Wederzijdse date maar die moest ze van haar keukentafel naar de voordeur begeleiden. Dat kon niet anders. Deze lieve, leuke, zorgzame date met toekomstplannen met Freya erin, was nog in een ernstig echtscheidingsgevecht verwikkeld. Daarnaast had hij vermeld dat hij last had van een vallende ziekte. Maar toen Freya dat een paar keer had aangezien moest zij concluderen dat er meer sprake was van een vallende psyche. En daarmee veranderden de toekomstbeelden à la Mary Poppins in de nog uit te brengen bestseller van Stephen King. Of misschien wel One shade of Black. Freya worstelde zich door het ontbinden van de Wederzijdsheid heen.
Ik had mijn monteur beloofd geen spannende mannen te appen, en zeker niet Tony. En gezien de kwaliteit van zijn gesleutel leek het me beter me aan mijn woord te houden.
Tip 12: Laat een monteur nooit bij je thuis komen. Breng je auto altijd naar hem toe.
‘Mijn vriendinnen zijn hier,’ appte Freya, ‘en we stellen een handleiding op’.
Een date-eerste-gesprek-handleiding. Een intake dus.
‘Ik heb ze ook verteld dat jij een Tinder-feuilleton schrijft,’ vertelde ze, ‘met tips voor vrouwen en dit moet er ook in’. Freya voelde zich genaaid door de vallende psyche en stond nu, met vriendinnen, wijn en chocola, weer op en wierp haar vrouwelijke wereld verbeterende taak in de strijd zoals Roos die ook had opgevat.
‘Eh…welke vragen komen er in de intake te staan?’, vroeg ik.
‘De medische geschiedenis van de aanstaande-ex-schoonmoeder, bijvoorbeeld’, vertelde ze in één adem, ‘eventueel ook contactgegevens’.
‘Wat denk je van een seksueel CV, daar kan je altijd veel uit afleiden’, stelde ik voor.
Dat vond Freya ook.
‘Geluid tijdens het klaarkomen, een meerkeuzevraag. En de vorm, van de piemel’.
‘Gezichtsuitdrukking tijdens,’ opperde ik, wat lastig is voor een meerkeuzevraag maar wat wel voorkomt dat je een ambulance belt, op het moment supreme.
En, vond Freya, iets wat voorkwam dat wanneer een man roept ‘en nu ga ik je neuken’ jij je moet afvragen of-t-ie er al in zit.
Maar dat zou natuurlijk makkelijk ondervangen kunnen worden in de rubriek Size Matters waar de man ook de wetenswaardigheden over zijn overige onderdelen kwijt zou kunnen.
Uit H10.3. Coupe-ik-ben-zo gelukkig:
En nu we al vaker zo knus en gezellig op mijn bank hadden gezeten, zou dat in bed ook wel lukken. Wij trokken beiden een dermate hoeveelheid pyjama-achtige kledingstukken aan waarmee we zelfs een klooster in konden en legden ons, zogezegd, ten ruste. Hij schoof wat heen en weer. Ik schoof wat heen en weer. Hij schoof wat. Ik schoof wat. Godsklere, dacht ik, waarom kan ik nu niet slapen?
Ik draaide me naar hem toe.
‘Ik wil een kus,’ zei ik.
De volgende ochtend waren we niet meer stoned maar high. En zo zwaaide ik hem ook, in mijn harige rode ochtendjas, uit. Mijn spirituele begaafdheid en kennis erover, liet mij daarbij geheel in de steek. Wat je uitzendt, krijg je terug. Formuleer positief. ‘Niet’ is volgens de kosmos ‘iets’.
‘Nou,’ dacht ik high, ‘ik hoop niet dat iemand ons ziet’.
Meteen daarop werd de post gebracht. Niet door de postbode van alledag maar door een vervangster. Die ik kende.
‘Goedemorgen’, giechelde ik ongemakkelijk terwijl zij haar blik liet gaan over mijn ochtendjas en mijn haar, waardoor ik me ineens realiseerde dat ik daar stond met niets meer maar ook niets minder dan coupe-seks. Natuurlijk kom je dat soort mensen op een ander ongelukkig tijdstip opnieuw tegen waarbij één blik voldoende is voor een heel rood hoofd en wat gestotter van mijn kant.
‘Zij is verliefd’, legde de vervangster aan haar dochter uit.
‘Ze heeft een hele mooie, rode ochtendjas en coupe-ik-ben-zo-gelukkig’.
Ja. Dat was ik. Gelukkig.
Gezien het geluk wat mij ten deel was gevallen, besloot ik dat het de nu toch zeer voor de hand liggend was om weer eens even een ‘schoenenrondje’ te doen en als zodanig wandelde ik naar de stad. Het was een prachtige dag vol zon en zaligheid en harmonieus te noemen totdat een stel in dezelfde Noorse trui mij tegemoet kwam. Zij de rode en hij de blauwe versie. Terwijl ik een schietgebed prevelde om mij alsjeblieft te laten opnemen wanneer ik er ooit zo bij loop, hoorde ik achter mij een moeder tegen haar zoon zeggen:
‘Als jij het waagt, om ooit met je vriendin in dezelfde trui…’
Ik draaide me meteen om.
‘Ik schrok ook heel erg,’ zei ik tegen haar.
‘Het lijkt wel dat van Brigitte Kaandorp,’ zei ze.
‘Het ANWB-stel,’ vulde ik aan.
‘Met zo’n schuur waar dan alles netjes is, met laadjes, en ophangdingen,’ zei ze vol walging.
‘Voor hem, ja’, beaamde ik.
‘Ik heb geen hem, dus het is voor mij,’ zei ze.
‘Ik heb pas sinds kort een hem. Eerst zat ik op Tinder en nu heb ik een Monteur,’ vertelde ik.
‘O ja,’ vroeg ze belangstellend, ‘kan je dat op Tinder zetten? Een monteur? En nemen ze dan hun gereedschap mee?’.
‘Ze nemen het niet alleen mee, ze laten het ook zien’.





