To kraak, or not to kraak. Anti.

Wanneer het huis te klein wordt, of het aantal spulletjes te groot en er is veel geluidsoverlast rondom dat huis, dan is het tijd te gaan. Volgens mijn Lief- en anderen gaat mijn huis nooit de deur uit met roestbruine muren die volgens mij ontzettend gezellig zijn en een Camel-plafond. Handiger dus wanneer ik weg ben, met kat en spulletjes. En elders vertoef. Voor dat ‘elders’ had een vriendin van mij een lumineus idee: ik moest leegstandbeheerdster worden, tijdelijk, dus een kraakster maar dan anti. Zij kende weer een buurman die bij machte en krachte was mij als een ervaren anti-kraakster voor te dragen bij de anti-kraak-club waarna ik mij zou kunnen nestelen. En aldus geschiedde en mocht ik ten tonele verschijnen bij de anti-kraak-club om contract te tekenen en borgsom te storten. En een brandblusser te kopen om mij wapenen tegen vurig geweld.
Onderweg echter realiseerde ik mij dat ik geen ID bij me had, waar een kopietje van gemaakt moest worden.
“Bel ze op!”, riep Gerdien die zich had opgeworpen als driver gezien mijn vermoeidheid door de overlast van het geluid,  “we kunnen nu nog keren!”
Geen enkel probleem, zei de anti-kraak-club, dat kon ook via de mail, tot zooooo…….
En wij rookten en kletsten verder in Gerdien’s zelfbedienings-auto. Tenminste, zo stelde zij haar auto voor bij het instappen: ‘alles is hier zelfbediening’ . Maar toen waren we eigenlijk ook al op de hoek van de straat dus het technische snufje wat er niet was, had ik in eerste instantie niet door. Het probleem ontstond toen ik het raampje open wilde draaien en daarvoor geen knopje vond.
“Zelfbediening,” zei Gerdien en inderdaad, je moest het raam met de hand opendraaien.
Nu wil ik niet de indruk wekken dat ik me onveilig voelde in haar zelfbedieningsblikje-op-wielen. Integendeel. Ik ken Gerdien al jaren en al jaren verzorgt zij de techniek voor mijn theaterproducties. En in welke paniek of met welke alarmerende boodschap of met welke technische psychose ik haar ook ooit heb gebeld, Gerdien liet me altijd uitpraten (of misschien deed ze wel even de was) en zei dan:
“O komt wel goed”.
De eerste keer viel ik machteloos stil. Toen de dam doorbrak in 1953 zei je toch ook niet: ‘komt wel goed’. Maar het kwam goed en tegenwoordig sla ik de fase van paniek en alarm over en bel gewoon en wacht tot zij zegt dat het wel goed komt.
Dus ook in het zelfbedieningsbarreltje voelde ik mij volkomen senang. Ik weet gewoon dat wanneer er iets is met het ding, zij hem ter plekke uit elkaar haalt en weer in elkaar zet en we nog steeds op tijd op de afspraak komen. Ook wanneer ik roep: ‘maar moeten die onderdelen er niet in??!’. Dan zegt zij dat ze niet noodzakelijk zijn, ‘die halen we op de terugweg wel op’.
Aangekomen bij de anti-kraak-club, met pen en pinpas in de hand, stel ik mij voor aan de balie-medewerkster. Een meisje van een jaar of twintig waaraan je kan zien dat ze eigenlijk een nog onontdekt model is maar tot die tijd stom werk doet voor een stomme club in een stom pandje. Maar gelukkig wel in een machtspositie.
“O maar jij mag geen contract tekenen,” zegt ze terwijl ik even verblind word door een zonnestraal die weerkaatst in haar lip-gloss, “want jij hebt een huisdier. Daar zijn we net achter gekomen”.
Mijn huisdier staat al een week op het aanmeldingsformulier. Ik heb een mondelinge bevestiging en eentje via de mail. Op basis van exact datzelfde huisdier.
“Hè?”, zeg ik.
Na wat heen-en-weer gepraat is ze bereid te bellen met de eigenaar van het te beheren pand om om toestemming te vragen voor bewoning van dat pand door het huisdier.
Ik zie haar echter sjouwen met water voor de waterkoeler voor op de werkvloer. En stel vast dat je wanneer je boven de anti-krakers zelf staat, je op bijzondere wijze je paranormale vermogens ontwikkelt en puur telepathisch kan kortsluiten met de beheerders van de panden, die dat vermogen blijkbaar ook hebben, dat mijn kleine huisdiertje uitgesloten is van bewoning.
“Nee, de beheerder wil het niet hebben,” zegt ze wanneer ze weer plaatsneemt achter haar computer.
Geheel stomverbaasd gaap ik haar aan. En dan ‘stom-verbaasd’ in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Dus een persoon die niet kan praten met als oorzaak een onmetelijke verbazing.
Tijd voor koffie en ik zoek samen met Gerdien een restaurantje waar ze veel sterke koffie hebben en wat voedsel ter innerlijke versterking. En bel even met de buurman om te vertellen dat ik, ondanks zijn macht en kracht, toch ben afgewezen voor het contract in verband met de huisdier-affaire.
“Dat is vreemd,” zegt de buurman met een stem waarin ik de vraagtekens kan horen, “de vorige bewoner had twee huisdieren”.
“Hè,” zeg ik weer.
“Ja, “licht hij toe, “die eerste was er met toestemming maar die tweede, nee, die had hij er geloof ik zomaar bijgenomen”.
“We gaan terug!” riep Gerdien.
Nadat we nog even geklaagd hadden over de pleister onder onze tafel waardoor onze lunch en net wat ander tintje had gekregen, togen wij terug naar de anti-kraak-club.
Nu is het zo dat wanneer je behoorlijk vermoeid bent, je fysieke krachten afnemen. Dit realiseerde ik mij toen ik de deur open wilde duwen zoals het bordje DUWEN aangaf. En dit niet ging. Gelukkig ben ik mentaal sterk en deze krachten oproepende ging de deur toch nog open.
“Zo,” zei het nog niet ontdekte model,” nu heb je de magneetstrip verhabbezakt. De deur was op slot”.
“Eh ja,” zei ik en probeerde in een seconde bijzaken van hoofdzaken te onderscheiden.
“Nog even over het huisdier,” begon ik want de magneetstrip kon wachten, “ik begrijp net dat er wel toestemming is voor een eerste huisdier, maar niet voor een tweede“. Ik kijk de medewerkster verwachtingsvol aan.
“Dat was het,” zeg ik. En ook Gerdien zegt:
“Dat was het”.
“Ik zal even bellen met de eigenaar en het overleggen,” zegt het meisje.
Ik voel hoe Gerdien en ik allebei onze tong afbijten en niet zeggen:
“Dat had je toch daarnet al gedaan?!”
Ik heb daar overigens nog steeds geen bericht van maar misschien wordt het ergens Ad Hoc besproken.
Gerdien en ik verlaten de ruimte zonder verder deuren, ramen of mensen te forceren en lopen terug naar de parkeergarage waar Gerdien het vehikel heeft geparkeerd.
Nu ben ik geen fan van parkeergarages. Sterker nog, ik mijd ze. Doodeng, die steile helling waar je dan af en op moet, je kan niet zien wat bovenaan je weg blokkeert en ik geloof eenvoudigweg niet dat mijn handrem zoveel kilo’s draagt en mijn auto niet langzaamaan achteruit zakt.
Terwijl Gerdien gas geeft op de helling zie ik bovenaan een slagboom. Die naar beneden is. Ik knijp mijn ogen dicht oGodhierbeniknunetzobangvoor en volgens mij heeft Gerdien nog even een sigaretje opgestoken en het raampje, handmatig, dichtgedraaid. Toen ik mijn ogen weer opendeed, reden we Arnhem alweer uit.

Komt wel goed.

Getagd , , , , , , . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *