Vandaag stond ik weer eens ‘middenin’ het leven in al haar boeiende facetten. Prachtig zou je denken maar dat was niet zo. Ik voelde me eigenlijk een beetje schuldig. Schuldig omdat ik de dag ervoor tegen één van mijn toneelspeelsters had gezegd dat de door haar bedachte verhaallijn zeer creatief was. Maar juist door dit hoge creatieve gehalte te ongeloofwaardig was. Te ver ging. Dat doen we niet, heb ik gezegd.
En in de wachtkamer waarin ik mij bevond, samen met een vriendin, dacht ik terug aan deze woorden. Het was de wachtkamer van het UWV wat heel terecht die naam draagt want we moesten meer dan een half uur wachten. Die wachtkamers blinken niet uit in gezelligheid. Er zit een receptioniste verschanst in een soort bunker tegen het gebruikelijke geweld en de vloer is die van een voormalige gymzaal waar je makkelijk het bloed vanaf kan moppen. Er staat een koffieautomaat omgeven door vuilnisbakken die met een gebruiksaanwijzing opengaan. Het is er stil. Behalve de repeterende tekst van de receptioniste (ga zitten, neem koffie, je wordt vanzelf op-ge-haaaaald) en de hakken met hun echo in de gangen, hoor je niets. Tak TAK. Tak TAK.
“Ga zitten, neem koffie, je wordt vanzelf op-ge-haaaaald”.
Tak TAK.
De vriendin en ik staarden gezamenlijk vooruit. Naar deur 15 voor ons, op een kier en deur 16. Ook op een kier. Wij wisten het niet maar ons leven in al haar boeiende facetten zou zo beginnen.
Er klonk gegiechel uit deur 15. Damesgegiechel. Een ‘nee ga vooral door‘-giechel. De receptioniste reageerde hier niet op. Voor haar was het blijkbaar niet nieuw. Voor ons wel. Even later werd de spanning verbroken doordat eerst een man, met in zijn kielzog de vrouw uit kamer 15 kwamen. Zij liep achter hem en zij greep zichzelf vol in haar kruis. En grabbelde daar nog wat. Zie ik dat, dacht ik, zie jij dat, dacht mijn vriendin, zag ik dat, dacht ik, ik zag het ook, dacht zij. Het stel verdween in het toilet.
Zij kwam er als eerste weer uit. En de stille ruimte vulde zich met gefluister. Al fluisterend ging zij terug naar plek 15. Nonchalant kwam ook hij weer tevoorschijn en verborg zich in 16. Blijkbaar zat er een tussendeur tussen ruimte 15 en 16 (what’s the point) en zagen we mevrouw plaatsnemen voor het bureau van de meneer. Ze ging haar schouders even losmaken, zagen wij. Eerst de ene schouder naar achter, en de andere borst naar voren en dan de andere schouder naar achter en de ene borst naar voren.
Te ongeloofwaardig, het gaat te ver, dat doen we niet. Heb ik gezegd.
De hand in de broekzak en weer even grabbelen tussen het lekkers. Ik twijfelde of ik nu zou vragen of de deur helemaal open mocht, of juist helemaal dicht. En ook mijn vriendin vroeg zich af wat hierop de gepast reactie was. Terwijl zij al genoeg aan haar hoofd heeft. Ze ging vragen of het nog lang duurde voor ze aan de beurt was (niet in kamer 16), aan de receptioniste. De receptioniste was blij dat ze iets te doen had, behalve haar haar wat in een problematisch staartje was gewurgd, en begon meteen te bellen. Oeps een foutje. Gunst nee hoe kon dat nou weer?
“Je wordt vanzelluf op-ge-haaaald. Er komt zo iemand aaaaan”.
Nu is het UWV die club die wanneer je je meldt voor de ziektewet, laten we zeggen door het overlijden van je vader of moeder, vraagt: “En bent u volgende week weer aan het werk?”. Of een formulier stuurt waarbij je in moet vullen hoe vaak je dit overkomt. Het is die club waar je na moet blijven wanneer je te laat op de solliciatie cursus komt terwijl er in je CV staat dat je zelf mensen begeleidt.
Maar het boeiende leven openbaarde zich in al haar facetten. En ineens stonden we er middenin. Het eerste wat de UWV-arts zei toen ze ons op kwam halen was:
“Sorry. Voor het lange wachten”. Dit is zeer ongebruikelijk voor het UWV. Mijn vriendin, die al genoeg aan haar hoofd heeft zonder het UWV, laat staan met het UWV, laat staan met zichzelf bevredigende medewerkers van het UWV (betaald) en na driekwartier wachtkamer van het UWV, reageerde even niet en ik nam de honneurs waar door vriendelijk te glimlachen. Het leven in al haar boeiende facetten. UWV zegt ‘sorry’.
Mijn vriendin hoefde niet meer dan twee zinnen te zeggen en wat vragen te beantwoorden met ‘ja’ of ‘nee’. Ze kreeg de zorg en het mededogen van deze arts. Na een kwartier stonden we weer buiten.
Te ongeloofwaardig, het gaat te ver. Dat doen we niet, heb ik gezegd.
Misschien doen we het maar wél.






ja de realiteit is vaak zéér creatief, zéér ongeloofwaardig Dan denk je dat verzin je toch niet! Maar sommige mensen verzinnen dat wel!
Ohhhh….. nee… niet te geloven. Echt?