Makkelijk voor beginners

Mijn Lief heeft mij verlaten, vandaag. Het was tijdelijk maar ik wist meteen dat mijn leven een dramatische wending zou nemen. Hij verliet mij namelijk met de woorden:
“Zet jij het stoofvlees op? Om drie uur. Want het moet uren sudderen”.
Stoofvlees opzetten? Ik? Het klamme zweet brak me uit. Ik kan een band plakken. Gedichtjes maken. Maar vraag me niet iets te laten sudderen. Dat heb ik nog nooit eerder gedaan, ik ben er de persoon niet voor. Ik kan het niet, dacht ik in paniek. En in diezelfde paniek kon ik niemand bedenken die ik kon bellen om te vragen hoe ik een stoof-vlees-pot moest maken. Gelukkig is er internet, de firma Google en voilà: het recept. Ik keek bij simpel recept, ook makkelijk voor beginners. En er ging een wereld voor mij open waardoor ik bijna weer in shock raakte. Bruine suiker? Uien en tijm? Trappistenbier? Giet de bouillon erbij? Dat had ik niet verwacht toen mijn Lief zei:
“Zet jij het stoofvlees op”.
Ik stoof (wat een eng woord in deze context) naar de winkel waar het me parten speelde nog nooit persoonlijk in aanraking te zijn geweest met een bouillonblok. Ik kan hem herkennen. Maar vindt zoiets maar eens, vermomd in een pakje. Het trappistenbier was een makkie. Het staat bij het bier én het staat er heel groot op. Dat geeft een bepaalde logica.
Thuisgekomen bleek het vlees voor het stoven uit gigantische rode lappen te bestaan waar je de vorm van de koe gewoon nog in kon zien. Ik hou daar niet van. Ik hou van iets wat eruit ziet als een cordon-blue of een Gelderse schijf. Waarbij je alleen maar weet dat het vlees is omdat het erop staat. Of, als het duidelijk is dat het wel vlees is, dat er dan ‘scharrel’ op het etiket staat, of ‘biologisch’. Stond ik nu op zijn minst in een scharrelkoe te snijden?
Ondertussen stond Mazi knalhard haar versie van ‘S.O.S een kat in nood’ te mauwen waar ze alleen mee ophoudt wanneer je haar iets geeft. Het eerste stukje stoofvlees verdween dus ongestoofd in Mazi waarna het simpele recept voor beginners ineens meldde dat er knoflook en ui toegevoegd moest worden aan het vlees. Het enige wat ik kon vinden wat op een ui leek was een sjalot.
Aan een sjalot zit geen handvat en het bleek bijna onbegonnen werk te zijn zo’n ding en stevig vast te houden en hem uit z’n vel te wringen. De sjalotten vlogen als ongeleide projectielen door de keuken. Nadat eindelijk de knoflook en wat er over was van de sjalot waren gefruit moest er bruine basterdsuiker bij gegooid worden. Nu meende ik te weten dat wanneer je suiker bakt, het karamel wordt. Knoflook, sjalot en karamel?
‘Roer dit geheel even door’ staat er in het recept. Angstig gooide ik de bruine suiker erbij en begon meteen doortastend te roeren om zo de verkaramelisering te vertragen. Dit lukte, en ik veegde het zweet van mijn voorhoofd. Het bouillonblokje had ik in een bakje heet water gelegd en hield nauwlettend in de gaten of hij uit zichzelf uit elkaar zou vallen of dat ik ook daar doorheen moest roeren. Hij viel een beetje uit elkaar dus in snel tempo roerde ik eerst in de koekenpan met de suiker, dan snel in het bouillonbakje en heen en weer, en heen en weer. Daarna voegde ik heel snel de inhoud van de koekenpan toe aan het stoofvleesgebeuren en toen heel snel de bouillon. Opgelucht haalde ik adem maar dat was van korte duur. Ik rook een brandlucht. Er stond iets in de fik en het kon onmogelijk het stoofvlees in de soep zijn. Terwijl ik als volleerd kok aan de gang was gegaan met pollepels en tijm, een sjalottenbombardement en een spuitende fles trappistenbier had overleefd, zag mijn keuken eruit als een slagveld. Dus het duurde even voor ik de brandhaard had ontdekt. Mijn pannenlap, half op het aanrecht, half in de gootsteen stond in de fik. Ervan overtuigd ronduit overspannen te raken van het project stoofvlees, bluste ik de pannenlap.

“Kom naar huis, mijn Lief, kom naar huis”, wenste ik in mijzelf terwijl ik weer naar het recept, wat alles behalve simpel was, liep om te zien welke volgende uitdaging ik te trotseren kreeg.
‘Heb je nog een stoofpit over? Stoof er een lekkere zuurkool bij’, stond er.
Stoofpit?! Heb ik een stoofpit? Wat is een stoofpit?
Mijn stoofvlees stond gewoon op open vuur! Bleek van de schrik holde ik weer naar de keuken om de pan op het kleinste pitje te zetten en dan maar te bidden dat het ooit goed zou komen.
‘Thank-God’ dankte ik echt alles, Alles en iedereen om mij heen toen ik de sleutel in het slot hoorde en de voetstappen van mijn Lief in de gang. Hij nam meteen spontaan het project stoofvlees van me over en ik was gered.
Enthousiast vertelde hij, al roerend in de pan, dat hij binnenkort een meeting heeft. En dat ik mee kan gaan, als ik zin heb. Prinses Laurentien komt ook, vertelde hij. Ik viel even stil want prinses Laurentien vindt ik ook eng, net als grote, rode lappen vlees waar je een koe in kan zien. Dat komt omdat ze voordat ze ging trouwen met Constantijn niet met gepaste blijheid zei in het huwelijk te treden maar dat ze zich ‘had gecommitteerd’. Aan hem. En hij keek er ook niet blij bij.
Maar ik ga wel mee, al sudder ik ervan. Alleen al omdat het dan onmogelijk wordt dat mijn Lief mij vraagt:
“Zet jij het stoofvlees op?”.

Getagd , , , , . Bladwijzer de permalink.

4 reacties op Makkelijk voor beginners

  1. rikus zeggen:

    Leuk verhaal en ik hoop dat het je lief gesmaakt heeft. Je weet het echte liefde gaat door de maag en daar kan een goede stoofpot flink bij helpen.

  2. Diana zeggen:

    Hahahahahaha!! Geweldig! Zie je zo staan in die keuken en mocht het ooit nog eens voorkomen dat je Lief vraagt stoofvlees op te zetten…Bel me, er is een recept dat echt heel simpel is, zonder bier, suiker, bouillon en waar de ui en knoflook optioneel zijn.

  3. Rikie zeggen:

    Het is met het koken van jou maar goed dat joj zo’n lieve lief hebt! Maar mocht je in de toekomst nog kookhulp nodig hebben …..je hebt mijn nummer!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *