Het is in het leven altijd belangrijk stil te staan bij de vraag: wat heb ik nodig, wat is mijn behoefte? Als je het antwoord weet, geeft het zin en richting aan je leven en elke therapeut zal beamen dat de kwaliteit ervan verbetert. En toch zit er een diepe, diepe valkuil in dit verhaal. Diep genoeg om alvast het geld bij je therapeut terug te vragen.
Stel immers dat het antwoord op de vraag ‘wat heb ik nodig, waar ligt mijn behoefte’ is:
eens ongenuanceerd en onbehouwen het eerste zeggen wat er in me opkomt. Want mijzelf uiten is goed voor mij. Het verbetert de kwaliteit van mijn leven.
Bijvooorbeeld: je staat aan de toonbank om iets af te rekenen en je zegt netjes ‘hallo’. Maar niemand zegt iets terug. Niet omdat er niemand is, maar de mevrouw in kwestie rommelt even in een laadje. Kijkt even in een kastje. Bestudeert aandachtig het schap. Ze heeft je wel gehoord maar ze is Druk met Belangrijke dingen vanwege haar Belangrijke baan. Jij volgt haar bewegingen, trommelt met je vingers op de toonbank en stelt vast dat ze een enorm dikke lip heeft. In je hoofd zet de volgende zin zich vast:
“Is het botox of heb je een allergische aanval?”.
Wat heb ik nodig, wat is mijn behoefte. Het te zeggen. Wel doen, of niet doen?
Vandaag kwam ik tot de conclusie dat mijn medicijnen tegen mijn allergie op waren; de inspiratie voor het bovenstaande voorbeeld spreekt daarmee voor zich. Blaren op mijn tong en de mij inmiddels bekende Birgitte-Bordot-lippen. Ook met blaren. In zo’n stadium weet je nog net dat een kip ’tok’ zegt en dat je niet moet gaan autorijden. Maar er moest nog wel gewerkt worden. En het liefst met wat langere woorden, zelfs hele zinnen dus niet alleen ’tok’.
Wat heb ik nodig, wat is mijn behoefte?
Ik belde mijn huisarts. En kreeg een bandje te horen. Ingesproken door de assistente die meldde dat ze ‘iets anders’ aan het doen was. En dus niet de telefoon opnam. Dat ‘iets anders’ kon natuurlijk van alles zijn (het was ook niet duidelijk waar ze dat aan het doen was) maar gelukkig kon ik ook op knopje 4 duwen uit het keuzemenu: bestel een herhalingsrecept. Met een glimlach duwde ik op knopje vier. Om vervolgens weer de stem van de assistente te horen: ‘u kunt deze mailbox niet inspreken’.
Mijn behoefte was om de mailbox wel in te spreken.
Een moment zat ik verslagen, verbaasd, gefrustreerd en teleurgesteld met mijn telefoon in mijn hand. Daarna dacht ik langzaam ‘eureka’. Dat langzame had voornamelijk te maken met de allergie; hoe allergischer hoe langzamer de raderen werken. Als je aan het autorijden bent duurt het bijvoorbeeld een tijdje voordat er binnenkomt dat er verderop een lampje brandt, dat het fenomeen op zich een ‘stoplicht’ is en tegen de tijd dat je je realiseert dat het een rood lampje is, ben je er allang voorbij.
Ik ging met mijn lege pakje met de naam erop van het niet-te-onthouden medicijn naar de apotheek. Misschien lag er nog wel een voorraadje. Ik kon me ook niet meer goed herinneren wat er besproken was toen ik daar de vorige keer in B.Bardot-achtige toestand ten tonele verscheen.
Nee, sprak de assistente resoluut. Er lag niets en ik kreeg niets, ik moest maar ‘langs’ de dokter gaan.
“Nou”, vertelde ik, “de dokter is niet bereikbaar. De assistente doet ‘iets anders’ en neemt de telefoon niet op. En de mailbox mag ik niet inspreken. Toch vreemd,” vervolgde ik, “dat een dokter niet bereikbaar is”.
O dat vond de assistente helemaal niet vreemd.
“O nee, ” vroeg ik, “dat vindt u niet vreemd?”.
En ik voelde de behoefte tegen haar te zeggen dat het dan maar goed was dat ik hem niet belde om te checken of ik symptomen vertoonde van een hartaanval. Ik voelde ook de behoefte aan haar te vragen wie we dan zoal bellen tegenwoordig, wanneer we iets zorgelijks en zieks bespeuren aan ons lijf? Wie belt zij; de buren? De tuinman? De horoscooplijn?
Maar mijn hersens kwamen niet veel verder dan de eerste drie woorden van de eerste drie zinnen.
“Rij er maar even heen,” zei de assistente. Rij er maar even heen? Kijk, en nu kom ik pas op het lumineuze idee dat ik haar had moeten vragen of ik dan even haar auto kon lenen.
Thuis gekomen belde ik opnieuw naar de dokter. Misschien was de assistente wel klaar met het ‘iets anders’ doen. Fitness, afwas, koffie, blaadje lezen.
Nu ontdekte ik iets nieuws in het keuzemenu: de ‘als het heel erg belangrijk is’- knop.
Wat is je behoefte, wat heb je nodig?
Ik drukte op de knop. En zowaar, daar kreeg ik de assistente aan de lijn. Snel vertelde ik dat ik mijn medicijnen tegen de allergie nodig had en om extra gewicht in de schaal te leggen vertelde ik erbij dat ik ze nodig had omdat ik naar de tandarts moet. En daar is de mysterieuze allergie begonnen. En kan ik daar niet heen zonder mijn medicijnen.
Dat was geen smoes. Ik had de tandarts gebeld maar die nam niet op. Dat was geweldig want ik had een heldendaad verricht om voor het eerst sinds de allergiegeschiedenis weer de tandarts te bellen terwijl ik er niet naartoe hoefde. Maar de tandarts belde terug;
“U had gebeld?”, waardoor het toch nog fout kan aflopen met mij.
“Nou,” zei de assistente, “ikgazodemailboxuitluisteren. Dusdankuntuopnieuwinspreken. AlsuMIJwilhebbenmoetumorgenochtendeventerugbellen. Danisheterbinneneendag”.
IK WIL JOU NIET, zei mijn behoefte. Ik wil FexofenadineHCIMYLAN.
Maar ik zei:
“Dan bel ik JOU morgen terug. En dan hang ik nu maar snel weer op”.
Ik bespeurde een groot vraagteken aan de andere kant van de lijn vanwege mijn opmerking dus ik verhelderde deze door te zeggen:
“Je bent toch druk?”
“Ik ben bezig met een patiënt,” zei de assistente, maar overtuigend klonk het niet.
Mijn behoefte was te vragen wat ze dan zoal deed, met de patiënt maar ik zei het niet.
De conclusie is dat we in conflict komen met onze behoeftes en wat we nodig hebben, in afhankelijke relaties. We houden onze mond, we uiten onze gevoelens niet en worden ontrouw aan onszelf. En dat is de grootste misdaad in onze menselijke geschiedenis, ons heden en onze toekomst. Ik eindig dus met een oproep: spreek onaardige dingen uit. Maar niet altijd tegen de persoon in kwestie. En ook niet altijd wanneer het moment zich aandient. Maar wel wanneer onze assertieve kwaliteiten het toelaten.
Morgen even naar de apotheek. Toch even vragen wat voor auto ze heeft. En hoe ze verzekerd is.





