Stadames

“En, wat doet u zoal, in het dagelijks leven?”
“Ik sta naast auto’s”.
“U werkt op een parkeerplaats? U bent parkeerwachter?”
“Nee..ik sta naast auto’s”.
“En wat doet u dan precies, naast die auto’s?”
“Staan. Ik sta gewoon”.
“Maar wat zijn dan uw competenties?”
“Mijn watte?”
“Wat moet je ervoor kunnen, om naast auto’s te staan?”
“Glimlachen”.
“U bent aangenomen voor de job omdat u kunt glimlachen?”
“En staan, ja”.
“En verdient het nog een beetje?”
“Heel goed zelfs”.
“Nou, dat wil ik dan ook wel een dagje doen. Het klinkt niet erg moeilijk”.
“Dat gaat niet”.
“Want hoezo? Ik glimlach nu toch ook?”
“Te oud. En te lelijk. Je moet er jong en mooi voor zijn. Ze moeten wel naar je kijken, de mannen”.
“En hoe zit dat dan met die auto, waar u naast staat te glimlachen?”.
“Die worden verkocht”.
“Maar hoe kan zo’n man nu een auto kopen wanneer hij alleen maar naar uw…eh…..glimlach staat te kijken?”
“Hoe bedoelt u?”
“Zijn er bijvoorbeeld al veel auto’s verkocht, door uw toedoen?”
“Momentje, ik moet even glimlachen naar die man, die daar staat”.
“Ga uw gang, ik zou u niet van uw werk af willen houden”.
“Zo, ook weer klaar”.
“Ik geloof niet dat het helpt, de glimlach. Hij loopt naar de herentoiletten”.
“Goh. Hij graait in zijn kruis, zag u dat?”
“Tja. Hij zal wel via uw bumper bij zijn pook zijn aangeland. En nog gratis ook”.

Getagd , , . Bladwijzer de permalink.

2 reacties op Stadames

  1. Lienepien zeggen:

    of is die dame ook een “lig”dame?

  2. Nelleke zeggen:

    Misschien toch een ‘hangjongere’. En dan wat te koud gekleed?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *