Vliegeren naar vrijheid

Ik heb ‘m gehad. Mijn allereerste opvlieger! Het was een spannende aangelegenheid om zo onverwachts ineens geheel en totaal in de fik te staan. De opvlieger leek ook helemaal uit me te vliegen en om mij heen. Ik weet nu pas dat ik mij binnen enkele seconden kan ontdoen van allerlei soorten en vormen van kleding, onderwijl roepend naar mijn Lief:
“De deur! De deur!”
Mijn Lief rende naar de deur alsof er echt brand was en zwaaide hem open. Heerlijk; koude lucht.
Nu kijk ik zeer hoopvol uit naar de volgende. En mijn toekomst zonder maandverband en tampons. Pas recentelijk, ik was 46, kwam ik erachter dat er een voor- en een achterkant zit aan maandverband. Het maandverband had ineens een hartje, en dat bleek de voorkant te zijn. Welke onbenul verzint zoiets? Dat hartje gooi je later weer, besmeurd, in de prullenbak. Nu kijk ik dus terug op een leven waarin ik 33 jaar ongesteld ben geweest om er in het 34ste jaar achter te komen, dat er een voor- en een achterkant aan zo’n lap zit. Dat voelt niet prettig als ervaringsdeskundige. Maar de tijd dat ik terugkijk is in aantocht.
Geen neurotisch gerommel meer in een openbaar toilet met een inbrenghuls met een fabricagefout. Waardoor je eerst denkt dat het ding in je darmen is verdwenen (maar dan had je wel een andere ingang genomen), het ding er weer uit moet, en het aan jou is een creatieve oplossing te verzinnen. Want je hebt natuurlijk ook maandverband bij je maar je hebt een string aan. Je kan Tampax niet bellen, op zo’n moment. Op de tampon staat geen nummer van een klantenservice of informatielijn. Het is een kwestie van eenzaam de natuurelementen trotseren; ga er maar aan staan (en dat is meteen onderdeel van het probleem omdat je al in een totale kramp staat terwijl het ding als een pendel tussen duim en wijsvinger heen en weer zwengelt en je als de dood bent voor de onbekende bacterie die er in een spirituele bui op gaat zitten).
Of nog erger (waar ik ook op terug ga kijken) is dat je na een reis van 48 uur zonder slaap aankomt op een voormalig Joegoslavische camping, met een voormalig Joegoslavisch toilet en per abuis of bewustzijnsvernauwing een tweede tampon erin duwt. Omdat je alleen maar hebt bedacht de eerste eruit te halen. In paniek in jezelf graaien naar twee touwtjes omdat je anders naar een voormalig Joegoslavisch ziekenhuis moet, is geen aanrader voor het begin van een vakantie.
En zo wacht ik in spanning op mijn volgende opvlieger. En zie mijn moeder weer op de trap staan, met mijzelf in de gang, vragend:
“Mam, heb je even een maandverbandje voor me?”
“Nee, hahahaha,” zei mijn moeder.
“Daar ben ik mooi vanaf”.
Wat ik wel moet zeggen is dat het menstruatiefenomeen mij maatschappelijk heeft gevormd.
In mijn pubertijd merkte ik tot mijn spijt op dat mijn cijfers in de menstruerende periode een punt lager lagen dan in de periode zonder het hartje. Ik ondervond dus nadeel van mijn vrouw-zijn; de jongens in mijn klas hadden nergens last van. Met vier vrouwen thuis, die tegelijk gingen menstrueren en dan nog vooral bij volle maan, bedacht ik dat menstrueren niet individueel is maar universeel. There is more to it. En ik vroeg mij af hoe een maatschappij er uit zou zien gebaseerd op vrouwen. Dus niet in de aangepaste modus waarin we nu leven. Aangepast aan de mannelijke prestatiemaatschappij. Waarin we ongesteldheid verbergen, doen alsof het er niet is en meer nog: het beïnvloed ons niet en welnee, we hebben er geen last van. We voelen ons gewoon altijd reuzegoed! Het is een beetje dezelfde soort ontkenning die we hanteren in de geneesmiddelen-industrie. We testen ze op mannen, vanwege hun stabiele hormonale huishouding. En geven ze daarna aan vrouwen. Oeps. Tja wat vervelend nu weer dat zoiets sleutelt aan het commercieel succes.
Wanneer ik op de HAVO mijn repetities niet had hoeven maken in mijn menstruatietriatlon van acht dagen leeglopen (klots, klots) en een hormonaal strijdtoneel wat je kan hebben als puber, was ik met een hartje geslaagd. En niet met een natuurkundeleraar die zegt:
“Eh Nellekeh….als je natuurkunde niet kiest…eh…geef ik je een zes op je eindrapport”.
Wat meteen aangeeft waarom ik nooit een groot natuurkundige ben geworden en nooit een Nobel-prijs heb gewonnen. Maar dat daargelaten (ik mis het niet).
Maar stel je toch eens voor dat het schoolbestuur, of alleen maar de planner had gezegd:
“Nah. Die week repetitieweek? Is het net volle maan…we hebben hier veel meiden op school met weer zussen in andere klassen…niet zo handig“.
“O nee, sorry, natuurlijk niet”, had het schoolbestuur dan gezegd.
Kan je je het voorstellen? Nee, ik ook niet.
En natuurlijk zijn er vrouwen die nooitnergenslast van hebben. Maar ik was één van die velen die er zeker door werd beïnvloed. Die het- zeg maar- merkte. In doen en laten en zijnswijze.
Nu hou ik mij Lief op de hoogte.
“Ik heb nog niet weer een opvlieger gehad”.
Tja- wat zal hij zeggen, ineens weggerukt van de aandelenbeurs op de iPad.
‘Vervelend’ is niet echt gepast, ‘o, wat fijn’ al helemaal fout, ‘maar even afwachten. lieverd’ weer zo gemaakt en al is hij ouder, hij kan uit ervaring niets toevoegen. Dus mijn Lief kijkt me lief aan en ik verheug mij op mijn toekomst.
En ik zal maandverband in huis hebben, hoor, en tampons. En net iets anders dan mijn moeder zeggen:
“Neem jij ze maar….ik ben er vanaf”.

 

 

Getagd , , , , . Bladwijzer de permalink.

2 reacties op Vliegeren naar vrijheid

  1. Diana zeggen:

    Welkom Zuster op het pad naar onze vrijheid! Zoals jij tot de ontdekking kwam of het hart, al dan niet, op de goede plek heeft gezeten.. Zo ben ik nog steeds op zoek naar de extra bescherming aan BEIDE zijden tijdens de, soms extreem zware, stormweek. Het pad naar de vrijheid gaat soms niet helemaal over rozen maar met het eind in het vooruitzicht trotseren we elke aanval van hitte, vloedgolven en alles wat we nog op het pad zullen tegen komen.

  2. Nelleke zeggen:

    Ugh. Ik heb gezegd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *