Onwaarschijnlijkheden- een struikelwoord. Het ernstige immers van ‘onwaarschijnlijkheden’ is dat het de indruk wekt dat er een heel klein kansje is dat het je overkomt. Juist niet. Onwaar schijnt het, de werkelijkheid. Juist waar is, waar het niet op lijkt. Het is dus beter om juist onwaar-schijnlijk-heden heel erg serieus te nemen. Om niet in de problemen te komen.
Ik was eens in een kroeg in een andere stad met een vriendin die mij wees op een vrouw, die aan het dansen was. Op Sledgehammer van Peter Gabriel. Vlakbij een man met lang bruin haar. Nu kennen zeker wij vrouwen het verschil tussen dansen en ‘dansen’. Deze blonde vrouw was niet aan het dansen. Deze vrouw was de langharige man in haar netten aan het vangen. Ze ging hem veroveren, verorberen, absorberen en het laatste restje sap uit hem knijpen alsof ze de blonde Black Widow Spider herself was. Hij keek. En werd week.
En wij gingen zelf dansen op Sledgehammer.
De volgende dag bedankte ik mijn vriendin voor de gezellige avond en het lekkere ontbijt en vertrok huiswaarts. De onwaarschijnlijkheid dat ik deze vrouw ooit nog zou tegenkomen was groot. Sterker nog; ik was haar totaal vergeten.
Thuisgekomen zat ze op mijn bank en tipte haar sigaret af in mijn asbak. De langharige man zat op de grond. En draaide een joint.
“Sledgehammer,” dacht ik.
Ze werden voorgesteld als vrienden van mijn toenmalige vriend. En we gingen stappen.
En zo eindigde mijn avond met mijn arm om de blonde Black Widow Spider-woman heen omdat ze moest kotsen, op het fietspad. De langharige man was geheel uit beeld maar het was ook al heel erg donker.
Onwaarschijnlijkheden.
Zo zei mijn intuïtie eens tegen mij, toen een politiewagen langszij kwam rijden: ‘stap in, stap in, er dreigt gevaar!’.
‘Dat is gek,’ zei mijn verstand.
‘Stap in!’ riep mijn intuïtie.
‘Maar dan kijken de agenten vreemd op’, zei mijn verstand.
Ik stapte niet in, in verband met de vreemd opkijkende agenten.
Onwaarschijnlijkheden, zeg ik nu. Ik werd die avond onvrijwillig onderdeel van een geweldsdelict. En toen waren de agenten er niet.
Hoe de waarheid of de onwaarheid schijnt, blijkt niet altijd zo eenvoudig te zijn om de werkelijkheid te kunnen bepalen. Soms ook willen de waarheidschijnlijkheden of de onwaarheidschijnlijkheden het systeem niet in.
“Dat kan niet waar zijn,’ zegt dan het verstand of ‘daar doe ik niet aan mee,’ zegt dan het gevoel.
Wat leidt tot constructies dat de aannemelijkheid dat de ontkenning evenredig is aan het waarheidsgehalte weer een logisch eindpunt bereikt in de realiteit van het hier en nu. En waar. Maar dan zouden we alleen nog maar piekerend thuiszitten. Over of er iets in de ontkenning zit.
Of misschien moet de werkelijkheid soms wennen.
Vandaag liep ik terug van het boodschappen doen en ik kijk dan altijd naar het bosje op de hoek. Daar zie ik dan altijd twee poezensnoetjes die me opwachten. Ik weet dat dat niet meer zo is. En toch vond mijn gevoel het vreemd.
Waarheidschijnlijkheid.
Op een dag liep ik op straat en dwarrelde er geld naar beneden, als in een windhoos. Allemaal briefjes van vijf (het was nog de gulden, met Van den Vondel erop). Verbijsterd stond ik in de geldregen net als bij de oude hagelslag reclame.
“Sta daar niet zo stom, ” riep iemand, “pak het op! Pak het op!”
En ik raapte de briefjes van vijf van de grond. Hij had er natuurlijk meer dan ik omdat hij was uitgegaan van het standpunt van de onwaarschijnlijkheid. Of omdat hij geloofde in wonderlijk.
Het lijkt op een wonder maar het is echt.






mooi…………….ik blijf geloven in kleine wondertjes..