Vlak bij mij in de buurt is een school. Ik vind dat niet erg want ik ben voor ontwikkeling en groei, ik wil zelfs wel zover gaan dat ik denk dat dat een reden is waarom wij op aarde zijn. Alleen, op deze school zitten kinderen. Deze kinderen worden om half elf losgelaten op het schoolplein en qua volume moeten het er een stuk of driehonderdelf zijn.
Ik noem ze de schreeuw-kinderen.
Ze schreeuwen een half uur en dan gaan ze weer naar binnen. En hervat ik mijn leven. Nu heb ik niets tegen kinderen, integendeel, en ik weet dat er geen volume-knopje aanzit.
Een kennis van mij heeft dat wel, een hekel aan kinderen; zij noemt ze ‘mormels’. Zij ergert zich aan schreeuwende kinderen in restaurants, überhaupt aan loslopende kinderen maar zegt ook eerlijk dat ze niet weet wat ze moet doen wanneer een peuter besluit om niet te zitten in zijn kinderstoel maar erop te gaan staan. Zij roept dan de moeder.
Zij heeft dan ook nooit, zoals dat heet; kinderen gekregen. Zij wilde ze niet hebben omdat ze geen Moeder is. Niet in hart en niet in ziel. Ik heb daar veel respect voor.
Zij weet dat je eerst een moeder moet zijn en pas daarna moet besluiten om met deze of gene de lakens te delen met het gevolg van moeder- en vaderschap. En niet andersom; niet eerst de lakens delen en dan eigenlijk nogal per ongeluk wakker worden met een Predictor-test in je handen en je onderbroek (wederom) om je enkel.
Ik ken vrouwen die wel kinderen hebben gebaard maar nooit Moeder zijn geworden. Er is immers geen moment in de zwangerschap waarop het Moederschap- als struck by lichting– zich ineens invoegt in het hele proces. Daar weet Oma alles van.
Ik ken ook vrouwen die wel Moeder zijn, maar nooit een kind hebben gekregen. Dat is jammer, vind ik. Maar deze vrouwen hebben hun keuze gemaakt of torsen hun verdriet, op welke manier dan ook; zij verdienen respect. Zij geven het immers ook.
De kinderen van de moeders die dachten dat het moederschap hen in de schoot geworpen werd, net als het kind, vinden dat ook. Zij zijn gebaat bij de liefste buurvrouwen, de tantes, de leraressen, de mevrouw van het gesprek op het station toen je eindelijk durfde te vertellen.
Ik noem hen ook schreeuw-kinderen. Maar niemand hoort ze.





