SHE- part I

Het script voor mijn nieuwe theaterstuk is af. Klaar. De inkt is droog. Wij spreken 52 pagina’s van inspiratie en onderdrukking- want als schrijver word je altijd onderdrukt bij het schrijven. Althans ik wel. Ik ben onderhevig aan inspiratie en dan moet ik schrijven en op een ander moment mag het juist weer niet. Een hele klus, dus.
Als ikzelf een leuk idee heb, over de ontwikkeling van het stuk, of een grappige anekdote dan verdwijnt zo’n idee ineens wanneer ik de toetsen aanraak. En staat er ineens iets anders. Of als ik vind dat het stuk nu al te lang ‘ligt’ wordt mij te verstaan gegeven dat er ‘eerst nog iets moet gebeuren’ voordat het schrijven verder gaat. Dat begrijp ik dan ook wel- later.
Nu is het een regel dat je nooit- met de nadruk op Echt Nooit– het stuk mag laten lezen vòòrdat het Klaar is. Er kunnen dan vreselijke dingen gebeuren zoals bijvoorbeeld dat er Nooit meer één druppel Inspiratie uit de kraan komt. Dat je haar uitvalt, dat je huis in de fik vliegt, dat je je spraakvermogen verliest, dat man&muis je verlaat en het allerergste: dat je nooit meer een letter kan schrijven. Dat risico neem je niet.
Wanneer het dan Klaar is, moet je het juist gaan laten lezen. Door een ander. Door anderen.
In die fase draait je maag vanzelf om zijn as, het zweet breekt spontaan uit op plekken die volkomen nieuw overkomen en ineens bekruipt je de angst te gaan stotteren. Of dat je ineens geen idee meer hebt waar je eigen stuk over gaat. Je hebt het immers, wat; twee keer, drie keer herlezen? Alsof je volkomen naakt, maar met handtas en hoed, door de gehele AH moet wandelen en er niet uit mag voordat je 32 producten in je mandje hebt. En netjes afgerekend. Alsof er niets aan de hand is.
“Maar is het dan autobiografisch?”, vroeg een intimi mij.
“Gunst nee,” antwoordde ik.
“Het is geschreven. Het is Klaar. Het is nog heel Bloot!”.
“Nou,” reageerde ze, “ik snap het niet, hoor. Het is een goed stuk. Wauw, die zinnen!”.
Nu weet ik uit ervaring dat andere schrijvers ook dit soort eigenschappen hebben. En ik hier niet vreemd in ben al komt het soms wel zo op mij over. Toch, schrijvers?
Voor de niet-schrijvende: stel je eens voor dat je last hebt van concentratiestoornissen, hartkloppingen, blozen, spontaan stotteren, ineens niet meer uit je woorden kunnen komen, jezelf ervaren als totaal iemand anders. Die ook ineens hele andere dingen doet, dan anders. De dokter verwijst je door naar de psychiater en daar vertel je ook dat je je verstand niet meer kan gebruiken (lijkt het wel), je obsessieve gedachten hebt, je handen trillen, je knieën knikken- en de psychiater denkt aan Xanax, Valium en Anxiolytica.
De buurvrouw (of -man) begint echter hartelijk te lachen, bij je verhaal.
“Hahahaaaa,” slaat hij of zij zich op de knie.
“Ik wist wel dat je verliefd was op X (of Y)”.
Bovenstaand zijn allemaal hele normale symptomen van verliefdheid. Is het leuk- nee, totaal niet! Maar wel een fenomeen wat is ingeburgerd in onze maatschappij en daarmee het predikaat ‘normaal-en-zo-doen-wij-dat’ heeft meegekregen.
Zo gaat dat met het schrijven ook, volgens mij. Eerst de inkt droogblazen en je daarna verstoppen onder het bed. Helemaal in de flow– maar met het zweet op de rug. Stoer:
“Ik ben verliefd op je- jij misschien ook op mij?”
(Gat in de grond, gat in de grond, waar is dat gat in de grond????).

Ik wil graag mijn intimi bedanken voor hun reacties op SHE, hun geestelijke en ook geestige steun en vooral ook de Vermanende Woorden van een zeer goede én theatervriendin (KOM TEVOORSCHIJN). Bij deze- wordt vervolgd.

 

Getagd , , , , . Bladwijzer de permalink.

Één reactie op SHE- part I

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *