Vieze tenen

Laatst zat ik twee uur lang met mijn zonnebril op in de trein. De hele weg van Zutphen naar Leeuwarden. Nu hou ik niet van het fenomeen ‘zonnebril op in gezelschap’. Het doet me altijd denken aan hoe kleine kinderen zich verstoppen. Met hun hoofd achter de stoel en hun kontje en de beentjes overduidelijk zichtbaar ernaast. Jij moet ze dan gaan zoeken and geuss what: je vindt ze altijd en dat vinden zij dan weer prachtig. Mensen met zonnebrillen op, in gezelschap, spelen ook zo’n spel. Ik laat me niet zien maar jij moet me zoeken. En ondertussen kijk ik vanachter mijn veilige, zwarte muurtjes heel openlijk naar jou. In tegenstelling tot de pamper-generatie vinden de zonnenbril-gerechtigden het meestal niet ‘prachtig’ om gevonden te worden. Het is zelfs niet de bedoeling.
Maar nu zat ik zelf met zonnebril-in-functie in de trein, in gezelschap van mijn mede-reizigers.
De reden daarvoor was dat ik het sterke vermoeden had dat mijn mascara was doorgelopen vanwege een spontaan ‘volschieten’ op het perron omdat er ineens zoveel Liefde op mij af kwam. Van verschillende mensen tegelijk. En veel. En wanneer zoiets gebeurt dan zwaaien ineens de deuren van je hart met een ferme zwaai open en springen als eerste de geroerde tranen eruit, uit het verwarmde hart.
Dat gaf niet maar ik moest natuurlijk nog wel zonder zakdoek naar Leeuwarden.
Vanachter mijn zonnebril volgde ik het gesprek van twee vrouwen aan het andere raam over een derde vrouw. Blijkbaar was deze derde vrouw uitgestapt op het station waar ik was ingestapt en in tegenstelling tot mijn stemming was zij wel van zins geweest gezellig wat te communiceren met haar buurvrouwen.
Nou die vrouw had het maar hoog in d’r bol; ja en dan reageren we daar maar even niet op; nee dan zeggen we mooi niks terug; ja die vrouw denkt zeker dat ze wat voorstelt.
Daar houden we niet van, een vrouw die denkt dat ze wat voorstelt. Gezellig meekletsen mag altijd maar meekletsen terwijl je denkt dat je wat voorstelt, dat is andere koek. Dat straffen wij vrouwen af op onze eigen, meestal zeer effectieve, manier af. Negeer en heers, vrouw!
Wanneer een man iets voorstelt halen we overigens niet onze bezemsteel uit de kast maar knikken we vriendelijk wanneer hij aangeeft directeur te zijn, loodgieter of schapenhoeder. Of vertelt over welk ei van Columbus dan ook wat hij heeft uitgebroed in zijn zelfgemaakte nestje.
De vrouw die het, ja-nee-ja, ook niks vindt dat ‘die vrouw denkt dat ze wat voorstelt’ is het type vrouw wat we allemaal wel eens ergens ontmoeten.
Haar haren zitten netjes in model, ze is opgemaakt maar niet te veel, haar witte broek past bij de witte bloes, haar roze hemd bij de roze lippenstift en de groene nagels van de Hema passen bij het groen van de oogschaduw. En de witte slippers met de in hetzelfde groen gelakte teennagels erin passen in het plaatje van de perfecte vrouw. Zonder onvolkomenheden, totall-in-control, komt-u maar voor de dag, wat kan er nog misgaan.
En dan zie ik ineens dat ze hele vieze tenen heeft. Vijf op een rijtje, allemaal vies. En die andere voet ook. Blote-voeten vies. Ongewassen vies. Met groene nagellak. Terwijl de onderkant helemaal zwart is, getsie. Bah.
Ondertussen hoor ik heus wel dat ze een harde werker is, aannemersbedrijven gehad, in badkamers heeft gezeten maar nooit zonder oog voor de ander. Ik dwaal even af van de tenen naar het raam en vraag me af of mijn onthutste blik dwars door mijn zonnebril heen zichtbaar is. Mijn glazen zijn immer roze.
Dat er niets is wat zij niet heeft gebouwd of verbouwd is vlot duidelijk al moet ik toch de lijn van haar verhaal kwijt zijn geraakt (of juist niet) omdat ik ineens iets hoor over ‘mensen mooi maken in de kist’.
“Het is dankbaar werk omdat je dan toch nog een glinstering ziet in de ogen van de mensen”, legt de vrouw met de vieze tenen uit.
Dat bewerkstelligen van een glinstering is inmiddels verleden tijd, zo blijkt elke keer wanneer iemand haar wil passeren. Op de stoel naast haar staat haar reistas. Een enorme reistas die schuin over het gangpad hangt. Niemand kan daar langs en mensen moeten aan haar vragen of dat ‘even mag’. Waarop zij enkel het handvat vastpakt (alsof er is gevraagd of de tas te koop is) en lacht:
“Haha, wat isite groot, haha”.
Waarop mensen zich, zo stelde ik vast, zonder verdere communicatie en met hun eigen bagage langs haar tas schuren, wurmen, wringen en zij enkel het handvat vast blijft houden.
“Haha, wat istie groot, haha”.
Er zat deze vrouw op één of andere manier iets dwars, leek het me want dit was toch een schoolvoorbeeld van passieve-agressie.
Het gesprek ging verder over ‘na de brand’ met ook het verbrandde klantenbestand en over dat zij werd gezocht door de politie. Die stonden zomaar ineens voor de deur.
“Ja, ze weten je wel te vinden,” zei de vrouw met overduidelijk teleurstelling in haar stem.
Eén van de ouders van een klant uit het verbrandde bestand was overleden en hij wilde graag dat zij die ouder mooi ging maken, in de kist.
Ze vertelde het niet alsof ze dacht dat ze iets voorstelde. Ze vertelde het niet alsof het ook maar iets over haar zei; dat iemand zelfs de politie had ingeschakeld om haar te zoeken.
Ze vertelde het alsof het haar diep verdriet deed dat de politie haar had gevonden. Terwijl ze zoveel liever was gevonden door iemand of misschien wel iets anders.

Haar hele leven hard gewerkt voor haar immers timmerende zonen. Met oog voor de ander en dankbaar voor een glinstering. De dalen in het leven doorstaan en perfect gekleed en perfect gekapt onderweg. Niet dat het haar uitkwam maar dat heb je voor iemand over. En dan doe je beetje alsof en je slikt hier en daar iets weg. En uit frustratie blokkeer je het gangpad. En daar maak je dan een grapje over.

Maar ze stelde in ieder geval niets voor. Dat was goed gelukt. Ze had zichzelf geen pluim gegeven voor de lange uren die ze had gemaakt. Ze was niet trots op de top van berg gaan staan om naar beneden te kijken en tegen zichzelf te zeggen: dat dal, daar ben ik uit gekropen. Ze had zichzelf geen hart onder de riem gestoken door de liefde en het vertrouwen van andere mensen te ontvangen. Ze zei niet tegen zichzelf: wat zie ik er weer leuk uit vandaag.
Nee. Ze was de vrouw met de vieze tenen.

Getagd , , , , , . Bladwijzer de permalink.

2 reacties op Vieze tenen

  1. Lienepien zeggen:

    wat treffend beschreven lieve Nelleke, een “dame” van gebakken lucht die haar voetenbadje kwijt is?!

    Wat mij meer raakte zijn de zinnen van jou in het begin van je Blog:
    De reden daarvoor was dat ik het sterke vermoeden had dat mijn mascara was doorgelopen vanwege een spontaan ‘volschieten’ op het perron omdat er ineens zoveel Liefde op mij af kwam. Van verschillende mensen tegelijk. En veel. En wanneer zoiets gebeurt dan zwaaien ineens de deuren van je hart met een ferme zwaai open en springen als eerste de geroerde tranen eruit, uit het verwarmde hart.

    Herkenbaar voor mij als trouwe treinreiziger met korting, ik kom zoveel liefde en mooie mensen tegen op mijn NS reisjes door het land.

    S’avonds als ik weer thuis kom van een reis relativeer ik de verhalen nog even en voel mij een gelukkig mens.

    Dank voor deze Blog X

  2. Nelleke zeggen:

    Dankjewel, en graag gedaan. Dikke X.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *